vrouwenhart

Dossier: het vrouwenhart

Een vrouwenhart werkt écht anders dan een mannenhart. Daarom in dit dossier: alles wat je moet weten over je hart, hoe je het in topconditie houdt en welke misverstanden de wereld uit moeten.

Hartklachten. Het klinkt misschien als een ver-van-je-bedshow. Iets wat je bejaarde buurman of zwaarlijvige oom overkomt. Niet als een issue waarmee frisse, fitte vrouwen moeten dealen. Dus waarom zou je je er überhaupt in verdiepen? Think again, zegt cardioloog Janneke Wittekoek, gespecialiseerd in het vrouwenhart en oprichter van HeartLife Klinieken. Al vijftien jaar roept zij dat er meer aandacht moet komen voor hart- en vaatziekten bij vrouwen, omdat het wereldwijd doodsoorzaak nummer één is onder vrouwen.

Lees ook: Zo houd je je hart in topconditie

Mannen

“Er overlijden in Nederland meer vrouwen dan mannen aan, elke dag 55. Er gaat dus iets helemáál niet goed”, aldus Wittekoek. Tegelijkertijd is het vooral het mannenhart dat in de kijker staat. Enigszins logisch, want een hartinfarct was lange tijd een echte mannenziekte. Wittekoek: “Het waren in de vorige eeuw de mannen die het meeste risico op hart- en vaatziekten liepen, want zij waren degenen die rookten, stressvolle banen hadden en door het behalen van hun rijbewijs veel minder gingen bewegen. Zo kon het gebeuren dat vooral mannen werden getroffen, maar vrouwen hebben door de emancipatiegolven een ware inhaalslag gemaakt. Ze gingen ook roken, kregen net zulke stressvolle banen en stapten elke dag in de auto in plaats van te wandelen of fietsen.” Deze risicofactoren verklaren deels waarom steeds meer vrouwen sterven aan de gevolgen van hart- en vaatziekten.

“De alarmbellen gingen pas af toen het sterftecijfer ten gevolge van hart- en vaatziekten in de jaren negentig van de vorige eeuw bij vrouwen maar bleef stijgen, terwijl bij mannen door de verbeterde zorg en geneeskunde een dalende lijn zichtbaar was”, zegt Wittekoek. “Hoe kon dat? Vanaf dat moment zijn er onderzoeken gestart naar de klachtenpatronen van vrouwen bij hart- en vaatziekten. Voor het eerst werd duidelijk dat die patronen bij vrouwen héél anders zijn dan bij mannen.”


Te strakke beha

Anatomisch gezien is een vrouwenhart hetzelfde als een mannenhart. Het heeft ook twee boezems, twee kamers en vier hartkleppen. Maar hartklachten uiten zich bij vrouwen op een heel andere manier dan bij mannen, waardoor de symptomen vaak worden gemist. “Bij mannen is een drukkend, krampend gevoel op de borst de belangrijkste klacht”, zegt Wittekoek. “Vrouwen hebben vaker pijn tussen de schouderbladen. Het lijkt of hun beha te strak zit, ze hebben het gevoel dat ze niet kunnen doorzuchten, ze zijn kortademig en vaak ook heel erg moe. Ten onrechte wordt dit door artsen geregeld aangezien voor premenstruele of overgangsklachten.”

Maar ook als wel wordt gezocht naar sporen van hart- en vaatziekten, wordt er vaak niks gevonden. Wittekoek: “Onderzoeken laten zien dat vrouwen die maar een beetje aderverkalking hebben al last krijgen van een verkramping van de kleinere bloedvaten. Ze ervaren daardoor heftige klachten, maar die verdwijnen zodra ze in de ambulance medicijnen krijgen die de bloedvaten wijd open zetten. In het ziekenhuis lijkt er dan niks aan de hand te zijn: ECG’s vertonen geen afwijking, de bloedvaten zijn in orde. Vrouwen worden steeds naar huis gestuurd met de mededeling dat ze het wat rustiger aan moeten doen, maar een paar weken later staan ze er wéér.”

Vergelijk het met migraine, dat is ook een aandoening die je moeilijk kunt vangen. “Het is ongelofelijk belangrijk dat klachten wel op tijd worden herkend én meteen goed worden behandeld”, zegt Wittekoek. “Vrijwel al onze cardiologiekennis en de bijbehorende protocollen en richtlijnen zijngebaseerd op studies naar mannelijke proefpersonen. Maar de behandeling die bij mannen werkt, heeft bij vrouwen juist vaak een averechts effect. Zo hebben vrouwen meer bijwerkingen en zijn de doseringen vaak veel te hoog, waardoor ze er ziek van worden en er eerder mee stoppen. Maar ondertussen lopen ze wél een groot risico op een hartinfarct.”

Lees ook:Lezeressen over hun hartproblemen

Niet lekker in je lijf

Janneke Wittekoek heeft er haar missie van gemaakt om hart- en vaatziekten bij vrouwen tijdig te signaleren, te herkennen en te verhelpen. “De vrouwen die bij 
Heartlife Klinieken aankloppen, zijn vaak al vaste klant bij de huisarts en de Eerste Hulp. Ze voelen zich niet begrepen en komen in het ergste geval aan met antidepressiva en maagzuurremmers. Vaak zijn ze te zwaar, omdat ze door de verkrampingen niet meer durven te sporten. Ze voelen zich angstig, zijn diepongelukkig en zitten niet lekker in hun lijf. Mijn doel is om de negatieve spiraal waarin ze terecht zijn gekomen te doorbreken, zodat ze weer richting fitheid gaan.”

De meeste vrouwen die bij HeartLife komen, hebben last van een verkramping van de kleinere bloedvaten. “Die verkramping moet je zien als een ernstige verstoring van de vaatfunctie”, legt Wittekoek uit. “Vaak is dat een gevolg van een combinatie van risicofactoren, zoals een hoge bloeddruk, een hoog cholesterol, veel stress en dus stresshormonen en soms ook diabetes. De eerste stap binnen HeartLife Klinieken is om die risicofactoren te beheersen. Dat gebeurt zo veel mogelijk door veranderingen in de leefstijl: minder stress, meer bewegen, gezonder eten. Maar soms zetten we ook medicijnen in om de risicofactoren onder controle te krijgen.”

Lees ook:Hart voor je hart: 3 vragen aan de huisarts

Ken je getallen

Het resultaat: een heel nieuw leven. 
Wittekoek: “Dat is echt wat wij hier zien gebeuren. Daarom hamer ik ook zo op betere voorlichting over het vrouwenhart. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter je de risicofactoren kunt indammen. Ken je getallen: je bloeddruk, je cholesterol, je BMI. Koop een bloeddrukmeter of ga langs bij je huisarts voor een check-up. Ik zeg weleens dat je geluk hebt als je klachten krijgt die worden herkend. Heb je pech, dan is de eerste uiting van hart- en vaatziekten een fataal hartinfarct dat je niet na kunt vertellen. Neem zelf verantwoordelijkheid en trek meteen aan de bel bij klachten. Alleen zo komen we vooruit.”

Bron: Santé juni 2019, tekst Fleur Baxmeier

Gerelateerde artikelen