Maakt AI ons dommer? Dít doet het met je brein
20 oktober 2026
Een lastig appje schrijven, een vakantie plannen of ingewikkelde keuze maken. We vragen het steeds vaker aan ChatGPT of Claude. Lekker makkelijk en snel, maar het betekent ook dat we zelf minder nadenken. Wat doet dat met ons brein? En hoe benut je de voordelen van AI zonder je eigen denkvermogen te verliezen?
Een vriendin heeft je de afgelopen week al tig keer geappt, maar je had even geen headspace voor het zoveelste akkefietje dat ze had met haar bovenburen, de bezorgdheid over haar doorgefokte teckel en het geklaag over haar moeder. Maar je wilt haar ook niet ghosten, dus vooruit met de geit, hoogste tijd voor een reactie. Vroeger keek je in zo’n geval tien minuten naar je scherm, typte iets, haalde de helft weer weg en stuurde uiteindelijk een berichtje waarvan je hoopte dat het de lading een beetje dekte. Nu kun je ook ChatGPT vragen een tekstje te tikken dat aardig overkomt, niet te luchtig is, maar ook weer niet vreselijk schuld bewust: ‘Doe alsof je een goede vriendin bent.’ Binnen vijf seconden is er een keurig tekstje gefabriekt, netter en misschien ook nog iets warmer dan hoe je het zelf zou formuleren, dus hup, versturen maar. Zo glipt AI ons leven in, ongemerkt en met gezwinde snelheid. Steeds meer taken besteden we uit aan chatbots, niet eens omdat we er een hekel aan hebben, maar omdat het gewoon makkelijker is om Claude of ChatGPT aan het werk te zetten voor een presentatieopzetje, de vakantie- planning voor Toscane of het samenvatten van een lang krantenartikel. In korte tijd is AI van een futuristisch speeltje veranderd in een behulpzame assistent die overal verstand van lijkt te hebben. En dan is dit alleen nog maar het allerprilste begin.
Verleidelijk
Volgens cijfers van OpenAI heeft ChatGPT zo’n 900 miljoen wekelijkse actieve gebruikers. Zij versturen samen dagelijks meer dan 2,5 miljard prompts: gemiddeld zo’n 29.000 berichten per seconde. Terwijl jij deze zin leest, hebben duizenden mensen dus alweer iets aan een chatbot gevraagd. Dat aantal gaat de komende jaren alleen maar toenemen, denkt gedragspsycholoog en AI-expert Sanne Cornelissen, auteur van Me, myself & AI, een guideline over hoe we AI kunnen inzetten om slimmer, sneller en beter te werken en de opvolger This is not AI, waarin ze laat zien hoe je AI slim inzet zonder je eigen denkvermogen te verliezen. “Overal waar ik kom, hoor ik dezelfde vraag: maakt AI ons dommer?” zegt Cornelissen. “Maar daaronder ligt een vraag die ik persoonlijk veel interessanter vind, namelijk: kan AI ons ook slímmer maken? Het antwoord daarop is ja, maar dan moet je het wel anders gebruiken en niet zoals veel mensen nu doen: voor alles. Dat heeft weinig te maken met een lui karakter, zoals sommige mensen veronder- stellen en veel met de manier waarop ons brein werkt. Onze hersenen hebben veel energie nodig om na te denken en kiezen daarom van nature voor de route die de minste moeite kost, dus het is verleidelijk om voor elk wissewasje bij ChatGPT of een andere chatbot aan te kloppen.”
Weinig moeite, grote beloning
AI geeft een grote beloning voor weinig moeite, legt Cornelissen uit. “Je typt iets in en krijgt meteen een antwoord. Soms middel matig, maar soms ook verrassend goed. Dat onthoudt je brein. De volgende keer dat je een soortgelijke taak hebt, denk je: hé, de vorige keer ging dat lekker snel met AI, dat doe ik nu weer.” Daar komt bij dat AI-tools slim zijn ontworpen. “Een chatbot geeft niet alleen antwoord, hij nodigt je ook uit voor de volgende stap. Wil je nog een versie? Zal ik dit korter maken? Moet ik er een tabel van maken? Wil je hier slides bij? Als je moe bent of gewoon geen zin hebt om lang te puzzelen, is het lastig om daar weerstand aan te bieden.” Volgens Cornelissen lijken de mechanismen van AI op die van sociale media: niet alles wat je ziet, is even fantastisch, maar de kans op een leuk/interessant/juicy filmpje houdt je gekluisterd aan je scherm. “AI heeft nog iets voor op kattenfilmpjes, omdat het voor jouw gevoel veel tijdwinst oplevert”, legt ze uit. “Binnen een paar minuten heb je een presentatie, tekst, illustratie of planning waar je zelf uren over zou doen. En het ziet er nog professioneel en verzorgd uit ook. Ik spreek dagelijks mensen die klakkeloos een vraag in een chatbot gooien, het antwoord vluchtig scannen en de boel vervolgens een-op-een kopiëren, zonder zelf goed te checken of wat er staat wel hout snijdt.”
De weg zelf vinden
Als je AI vraagt een klusje voor je op te knappen, zul je daarna zelf actief moeten besluiten om nog eens kritisch naar het resultaat te kijken. Onze hersenen zijn allang blij dat het werk is gedaan, dus die helpen je daar niet bij. “Dat is problematisch”, zegt wetenschapsjournalist en natuurkundige Mark Mieras, gefascineerd door het brein en gespecialiseerd in hersenontwikkeling, waarover hij verschillende boeken schreef. “Niet alleen omdat AI een taalmodel is dat niet weet waar zijn eigen kennis ophoudt, wat betekent dat hij gewoon doorpraat als hij een antwoord niet weet: het welbekende hallucineren. Maar nog schadelijker is de impact die AI uiteindelijk heeft op je brein.”
AI kan onze basale hersenfuncties uit handen nemen, wat in essentie handig is, maar op den duur ontwrichtend kan worden. “Iedereen is in een groot gebouw weleens achter iemand aangelopen, kriskras over allerlei afdelingen, in de lift, naar links en dan weer naar rechts”, geeft Mieras een eenvoudig voorbeeld. “Op een gegeven moment kom je in de juiste vergaderzaal, maar je hebt zelf eigenlijk geen idee meer hoe je daar bent gekomen. Dat is gek, want je was er de hele tijd bij, je liep een bepaalde route en je zag alle gangen die je doorkruiste. Toch hebben je hersenen daar verdraaid weinig van opgeslagen, omdat iemand anders jou de weg wees. Met informatie werkt dat op exact dezelfde manier.”
Kennis in je hoofd
Ga maar eens bij jezelf na hoeveel telefoon- nummers je uit je hoofd kent. Waarschijnlijk is dat er eentje, die van jezelf. Stel dezelfde vraag nu eens aan je moeder of opa. Wedden dat zij zonder nadenken drie, vier of meer telefoonnummers kunnen oplepelen? Een erfenis uit de tijd van de vaste telefoon, toen het nog nut had om nummers te onthouden. Tegenwoordig hoeft dat niet meer, want ze staan in onze mobiel, dus je kunt prima leven zonder het nummer van je tandarts/moeder/bff uit je hoofd te kennen. Hetzelfde geldt voor de weg weten naar een willekeurige plaats in Nederland. Nobody cares, want Google Maps loodst je er zonder problemen naartoe, met ook nog actuele file-info. Mieras verwijst naar een onderzoek waarbij proefpersonen werd gevraagd om allerlei trivia in te voeren in een computer. “Als ze op ‘return’ drukten, ging de informatie in. een mapje met een nietszeggende naam of in het prullenbakje”, vertelt hij. “Later bleek dat de info die naar de prullenbak ging, wel werd onthouden, maar de info die in het mapje belandde niet. Het idee dat iets terug te vinden is, zorgt er blijkbaar voor dat ons geheugen stopt met werken. Dat is lastig, want onze hersenen kunnen niet nadenken over kennis die ze niet hebben opgeslagen. Als je nadenkt, reproduceer en combineer je opgedane kennis. Zit die kennis niet in je hoofd, dan is die ook niet beschikbaar voor je denkwerk.”
Vicieuze AI-cirkel
AI gaat nog een stap verder, want het neemt niet alleen ons vermogen tot onthouden over, maar het helpt ons ook om na te denken. “Je hoeft niet meer te vergelijken, twijfelen of schrappen, want dat doet AI voor je”, aldus Mieras, die benadrukt dat hij helemaal geen tegenstander is van kunstmatige intelligentie, maar mensen wel bewust wil maken van de gevolgen van het verkeerde gebruik ervan. “Sla je die fases consequent over, dan zet je je nadenkbrein eigenlijk uit. In de hersenen geldt dat alles wat stilvalt of niet wordt uitgedaagd zich terugtrekt. Met andere woorden: je hersenen gaan achteruit, want ons brein heeft alleen maar een vooruit en een achteruit.”
Als je jezelf nieuwe vaardigheden aanleert, zoals een bepaalde sport of een nieuwe taal, gaat je brein vooruit. “Stop je daarmee en spreek je die taal nooit meer, dan verlies je die vaardigheid en gaat je brein achteruit”, aldus Mieras. Datzelfde gebeurt volgens hem als je AI als een soort verlengstuk van je hersenen gebruikt. “Je merkt daar niet meteen iets van, want het is een geleidelijk proces. Maar met de tijd zal denkwerk steeds lastiger worden, omdat je hersenen daar niet meer aan gewend zijn. Daardoor gaat je brein nog harder z’n best doen om onder taken uit te komen, waardoor je nog makkelijker denkt: ik vraag het wel aan AI, die lost het wel op.”
Leeghoofdigheid
Als we het gros van ons denkwerk en onze geheugentaken uitbesteden aan technologie, ontstaat er een bepaalde vorm van leeghoofdigheid, voorspelt Mieras. “In je brein werken verschillende systemen samen”, legt hij uit. “De prefrontale cortex helpt bij plannen, afremmen, kiezen en redeneren, de hippocampus speelt een grote rol bij leren en geheugen, het beloningssysteem reageert op snelle opbrengsten en dan zijn er nog netwerken die actief worden als je geconcentreerd bezig bent, informatie analyseert en fouten opspoort. Als jij iets uitzoekt of een tekst probeert te schrijven, moeten die gebieden samenwerken, wat zorgt voor het versterken en scheppen van hersenverbindingen.”
Zwengel je meteen AI aan, dan wordt het proces van denken en analyseren in je brein oppervlakkiger. “Je scant wat ChatGPT of Claude je voorschotelt, vraagt nog een variant, schuift wat zinnen heen en weer en gaat door met de volgende taak”, zegt Mieras. “Je hersenen zijn op zo’n moment wel actief, maar ze doen minder diep werk dan wanneer jij zelf de eerste opzet had gemaakt. Dat heeft ook gevolgen voor je concentratievermogen, een skill die door alle afleiding van smartphones en sociale media sowieso al ernstig onder druk staat. AI voegt daar nog een laag aan toe, doordathet niet alleen afleidt, maar ook het het uitdagende deel van denkwerk overneemt.”
Sparringspartner
Gelukkig is het verhaal niet alleen maar somber, want zowel Mieras als Cornelissen zijn ervan overtuigd dat AI ons brein ook kan verrijken. Cornelissen gebruikt daarvoor in haar boek de methode: eerst mens, dan AI, dan weer mens. “Als je meteen een vraag stelt aan een chatbot, wordt het eerste antwoord het startpunt van jouw denken”, zegt Cornelissen. “Maar je hebt zelf al ervaring, ideeën en meningen rondom die vraag. Die sla je dan over.” Wie AI goed wil gebruiken, moet volgens haar dus eerst zelf een paar rommelige gedachten verzamelen. Wat wil je zeggen? Wat weet je al? Welke kant denk je op? Wat mag er niet ontbreken? Pas dan zet je AI aan het werk. Bij leren kun je AI volgens Cornelissen gebruiken als kritische nakijker. Ze verwijst onder meer naar de Feynman-techniek, vernoemd naar natuurkundige Richard Feynman, die ervan uitging dat je iets pas echt begrijpt als je het eenvoudig kunt uitleggen. “Laat AI dus niet meteen een ingewikkeld onderwerp samenvatten, maar draai de rollen om. Leg eerst zelf aan AI uit hoe iets werkt, desnoods in kromme zinnen, en vraag daarna: waar zitten de denk fouten of onduidelijkheden? Dan wordt de chatbot geen spiekbriefje, maar een strenge studiepartner. Je moet de stof zelf ordenen, in je eigen woorden zetten en daarna beoordelen wat je met de feedback doet.”
Terugpraten
Omdat AI een taalmodel is, kun je er ook uitstekend mee van gedachten wisselen. “Ik gebruik AI vaak om wetenschappelijke ideeën op het spoor te komen die ik anders misschien nooit had gevonden”, zegt Mark Mieras. “Niet door een vraag te stellen en het antwoord over te nemen, maar door actief in gesprek te blijven met AI. Dat werkt het beste als je zelf ook expertise hebt, dan kun je echt sparren. Hoe zie jij dit, klopt dit verband wel, waar heb je deze term vandaan? Een boek geeft informatie en dat is het. Door AI hebben we informatie die met ons kan praten. Dat is fantastisch, vooral wanneer je het gesprek op voet van gelijkwaardigheid aangaat.”
Niemand wordt een interessanter mens van dagelijks handmatig cellen vullen of vijf versies van dezelfde mail tikken. Laat AI dus gerust een Excelbestand ordenen, maar niet het deel oppakken waarbij jouw eigen denkwerk nodig is. “Gebruik AI als een gesprekspartner die je verder op weg helpt”, tipt Mieras. “In gesprek zijn, met taal bezig zijn, is een uitstekende stimulans voor onze hersenen. Maar dat gesprek begint pas als jij zelf ook iets inbrengt: je kennis, je ervaring, je eigen woorden. Vraag door, praat terug, controleer en herschrijf. Dan gebruik je AI niet om minder te denken, maar om beter te denken. Dat is pas echt slim.”
LEES OOK
Tekst: Fleur Baxmeier
Uit andere media
