Margriet Spijksma

Margriet Spijksma: ‘Ik vind het stoer dat ik mijn eigen pad bewandel’

Ooit leefde Margriet Spijksma (42) vooral voor anderen. Gelukkig werd ze er niet van. Pas toen ze volmondig ‘ja’ zei tegen zichzelf, veranderde dat. Met haar bedrijf Fablife helpt ze nu andere vrouwen om alles uit het leven te halen.

Je bent een inspiratiebron voor veel vrouwen, maar jouw leven was vroeger niet zo ‘fab’, toch?

“Ik heb inderdaad diepe dalen gekend. Tussen mijn twintigste en dertigste was ik aan het jobhoppen. Ik wist niet wat ik wilde en was niet happy, maar vond dat ik niet moest klagen. Ik had werk, een mooi huis, een relatie. Zowel op het werk als thuis leefde ik voor anderen. Ik leed aan de ‘disease to please’. De relatie met mijn partner was niet goed voor me. Ik gaf, hij nam. Wilde hij een studie doen naast zijn baan? Dan stond ik tussen de middag met m’n jas aan te koken zodat hij ’s avonds snel kon eten. Intussen ging hij extreem over m’n grenzen heen. Keer op keer ging hij vreemd, steeds vergaf ik hem. Uiteindelijk ging ik eraan onderdoor. Ik kreeg fysieke klachten en was oververmoeid. Er waren momenten dat ik dacht: waar is die flat? Niet dat ik suïcidaal was, maar ik wilde het liefst vluchten.” 

Waar kwam dat pleasende gedrag vandaan? 

“Ik kom uit een streng religieus Fries gezin. Mijn ouders waren rechtlijnig en zwart-wit. Mijn moeder was zelf op haar veertiende van school gegaan om haar ouders te helpen. Later deed ze alles voor mijn vader, die veel werkte. Mijn moeder cijferde zich weg en voelde zich minderwaardig. Als meisje wilde ik maar één ding en dat was haar gelukkig maken. Wat niet lukte.” 

Had je geen eigen ambities? 

“O, jawel. Ik voelde heel sterk dat er iets groots voor me was weggelegd. Ik wilde zakenvrouw van het jaar worden. Beroemd worden, zelfs. Maar ik werd thuis om die dromen uitgelachen en klein gehouden. In ons gezin deden we de dingen ‘zoals het hoorde’. De grootste angst was wat de buren zouden denken.” 

Wat deed dat met jou? 

“Ooit zei een vriendin tegen me: ‘Als ik met jou praat, is het net het Achtuurjournaal – het is altijd negatief.’ Als ik ergens maar een beetje enthousiast van werd, dacht ik meteen: o, maar dat kan ik toch niet. Ik had ook niet het idee dat ook maar iemand mij leuk vond. Op mijn achttiende ontvluchtte ik Friesland in de naïeve gedachte dat het dan beter zou worden, maar zo werkte het niet. Ik nam mezelf mee.”

Toch nam je uiteindelijk op je 31ste een rigoureuze stap. 

“Op een dinsdagavond verbrak ik de relatie met mijn vriend. Ik floepte er zomaar uit dat het op was. Ik liet alles achter, ging op reis naar Nieuw-Zeeland en verhuisde daarna naar Amsterdam. Terwijl ik niks had.” 

Waar haalde je de moed vandaan? 

“Achteraf denk ik: dat ik dat heb gedáán! Het was doodeng. Maar ik durfde toch mijn hart te volgen. Jarenlang had ik mezelf in de steek gelaten. Nu luisterde ik naar de stem in me die zei: ik weet wat ik weet, en dit ga ik doen. Mijn stappen waren niet altijd logisch. Twee weken voor de verhuisdatum had ik nog steeds geen huis, maar ik kreeg er uiteindelijk zelfs drie aangeboden. Zo is er veel ‘toevallig’ op m’n pad gekomen en ontmoette ik de juiste mensen. Puur doordat ik steeds vaker koos voor wat ík wilde. Niet voor niks is mijn levensmotto nu: ‘Plan to be fucking surprised.’” 

Wat bedoel je daarmee? 

“Ik denk dat als je iets wilt, je die wens moet uitspreken en vervolgens in beweging moet komen. Het leven heeft dan iets leuks in petto. Ik begon op mijn 31ste met ondernemen, zonder relevante opleiding. Dat bedrijf was de voorloper van Fablife. Vanaf de eerste klant liep het goed. Ook in de liefde ben ik verrast. Jarenlang zocht ik naar een relatie om maar niet alleen te zijn. Pas toen ik voor mezelf benoemde wat ik zocht in een man, kwam de liefde op mijn pad. Uitgerekend in Friesland ontmoette ik Ralph, een oud-klasgenoot en nu mijn man. We werken nu samen in Fablife.” 

Wat is je missie met Fablife? 

“Veel vrouwen vragen zich af: is dit het nou? Ze hebben een baan, maar zien zichzelf dat werk niet tot hun zestigste doen. Maar wat ze wél willen, weten ze niet. Ik help ze om te ontdekken waarvan ze echt houden. Niet alleen qua werk, maar op alle gebieden van hun leven. Ik ben ervan overtuigd dat als je doet wat je wilt, je gelukkig wordt.” 

Hoe sta jij nu in het leven?

“In de afgelopen jaren verloor ik soms mijn focus en verviel ik in oude patronen: ik ging weer pleasen, maar merkte al snel dat ik daar niet gelukkig van werd. Van sommige mensen en dingen nam ik afscheid. Nu weet ik nog beter wat ik wel en niet wil en ik heb geleerd daar specifiek in te worden. Tot de kleinste dingen aan toe. Zo drink ik alleen maar Illy-koffie. Mijn focus is duidelijk en dat geeft me discipline. Er gaat geen dag voorbij dat ik me niet ergens op verheug.” 

Lees ook: Dit is het eetdagboek van Sandra Waterschoot

Welke metamorfose zie jij bij de vrouwen die je traint? 

“Sommige vrouwen hebben een onzichtbare boerka aan als ze bij me komen. Ze hebben geen idee waarvan ze nou echt gelukkig worden. Met mijn spel Level 7 geven ze hun leven op alle verdiepingen nieuw perspectief. Ze kiezen voor zichzelf en ruimen op wat niet meer past. Wat er dan gebeurt, is bijna een mysterie. Een point of no return. Deze vrouwen leven weer als ze bij me weggaan. Daar doe ik het voor.” 

Raakt dat jou? 

“Ik herinner me een deelneemster die compleet vastzat in haar baan, maar het eng vond om iets anders te gaan doen. Ze had voor het eerst de moed om tegen haar baas te zeggen hoe ze het écht graag wilde, hoewel ze dacht: dat kan toch niet. Maar haar baas zei: oké, doen we. Haar ‘dankjewel’ ontroerde me. Het bevestigde dat het klopt waarin ik geloof. Je hoeft niet per se ergens weg te gaan of te scheiden van je man; de basis is jezelf manifesteren en authentiek zijn.” 

Je hebt een dochter, Félice. Wat geef je haar mee? 

“Als zij twintig is, wil ik geen kaart van haar krijgen waarop staat: mam, bedankt dat je je voor ons hebt weggecijferd. Ik wil dat ze me bedankt dat ik elke dag mijn best deed om voor te leven wat geluk is. Het is mijn droom dat ‘jezelf zijn’ niet iets bijzonders is, maar een normale zaak.” 

Heb jij een persoonlijke held? 

“Met het begrip ‘rolmodel’ kan ik niet zo veel. Wel denk ik dat je met iemand een match kunt voelen. Ik heb dat met Oprah Winfrey. Vroeger al. Toen ik op de havo zat, sjeesde ik na schooltijd naar huis om Oprah te zien. Zij gebruikt haar podium om mensen te helpen gelukkig te worden. Daar ben ik op mijn manier ook bezeten van.” 

Hoeveel tijd besteed je aan je uiterlijk? 

“Jaren geleden droeg ik nooit make-up en ging ik gerust met een kletsnatte kop naar werk. Sinds ik Fablife run, ben ik bewuster bezig met mijn verzorging. Hoewel ik er maar tien minuten aan besteed, hoor. Ik gebruik oogschaduw, eyeliner, mascara en – als ik eraan denk – rouge. En ik laat geregeld mijn wenkbrauwen doen. Maar verder? Ik weet niet eens wat concealer is.” 

Hoe combineer jij werk en privé? 

“Ik geloof niet in het woord ‘combineren’. Als je twee werelden moet combineren, doe je dus niet wat je echt wilt. Mijn werk past bij mij. Of ik nu thuis ben of op kantoor, het voelt hetzelfde. Op de dag dat Félice werd geboren, zat ik ʼs morgens op kantoor. ʼs Middags beviel ik en daarna ging ik weer verder werken. Ook nu beweegt mijn gezin mee in het leven dat ik leid.” 

Reserveer je wel tijd voor ontspanning? 

“Ja, ik neem zelfs bovengemiddeld veel tijd voor mezelf. Mijn werk is topsport. Om dat te kunnen volhouden, heb ik genoeg rust nodig. Ik ga al rond negen uur ’s avonds naar bed. Ik lees of schrijf dan wat. Verder leef ik op een postzegel. Doordeweeks spreek ik zo veel vrouwen en vriendinnen, dat ik in het weekend geen behoefte heb ergens heen te gaan. Ik ben heel gelukkig met Ralph en mijn kinderen. Vaak ga ik op zondag hardlopen en daarna in een warm bad. Dat is voor mij ultieme ontspanning.”

Wat doe je om fit ouder te worden? 

“Aan leeftijd doe ik niet, en dat is dus ook geen extra motivatie. Ik vind het gewoon belangrijk om sterk te zijn. In sporten heb ik altijd de variatie opgezocht. Iets nieuws houdt me fris. Zo heb ik bodypump gedaan en veel gespind. Nu loop ik hard. Ik wil een keer tien kilometer kunnen hardlopen. Daarna ga ik wel weer iets anders doen. Sowieso vind ik buiten zijn heel belangrijk. Ik loop vrijwel alles. Ralph en ik wandelen ook eindeloos met de kinderen.” 

Welke keuzes maak je op het gebied van voeding? 

“Koken is voor mij geen big thing, het is geen passie. Mijn geluk is dat mijn schoonmoeder vaak eten komt brengen. Ik let niet heel erg op mijn voeding, maar snoep zelden. Chips en toastjes pak ik vrijwel nooit. Een heel stuk taart kan ik meestal ook niet op. Vijftien, twintig jaar geleden was ik juist onverzadigbaar. Ik was een echte zoetekauw en kende geen grens. De extra kilo’s voelden emotioneel als een beschermende ‘jas’, dat heb ik nu niet meer nodig.” 

Is duurzaamheid voor jou een issue? 

“We leven als gezin niet ecologisch ofzo. Wel hebben we zonnepanelen op het dak en scheiden we ons afval fanatiek. Félice en Jens zijn WWF-Rangers. Ik vind het belangrijk om ze ervan bewust te maken hoe we de planeet kunnen beschermen. Kleding koop ik niet tweedehands, ik hou nu eenmaal van nieuw. Maar als iets te klein is, geef ik het wel weg.” 

Als je terugkijkt naar waar je vandaan komt, waar ben je dan het allertrotst op? 

“Mijn oude ik is niet te vergelijken met de nieuwe Margriet. Ik weet wat ik wil en dat geeft me koers. Het was nogal een weg, en nog steeds – het is work in progress. Ik ben vooral trots dat ik mijn eigen pad bewandel. Dat vind ik echt stoer van mezelf.”

Lees ook: Dit is het eetdagboek van Margriet Spijksma

Bron: archief Santé 3, tekst: Belinda Fallaux Foto: Bart Honingh