Wat is dicht borstweefsel? 5 belangrijke vragen beantwoord
16 februari 2026
Dicht borstweefsel maakt het lastiger om borstkanker op te sporen met een mammografie. Toch krijgen vrouwen in Nederland daar geen informatie over, terwijl dat in andere landen inmiddels wel gebruikelijk is. Wat betekent dit voor jou en wat kun je zelf doen? Journalist Mara zocht het uit.
1. Wat is dicht borstweefsel?
Borsten bestaan uit vetweefsel en klierweefsel, maar de verhouding daartussen verschilt per vrouw. Bij veel klierweefsel spreken we van dicht borstweefsel, ook wel ‘dense borsten’ genoemd. Dit is deels erfelijk bepaald, maar ook factoren als je leeftijd en hormonen zijn van invloed op de dichtheid van je borstweefsel. Zo neemt de dichtheid van je borstweefsel meestal af naarmate je ouder wordt. Zo’n 8 procent van de vrouwen tussen 50 en 75 jaar in Nederland heeft zeer dicht borstweefsel. Deze vrouwen hebben een verhoogd risico op borstkanker, omdat een tumor ontstaat in klierweefsel. Die kans is 1,5 tot 2 keer groter dan bij vrouwen met een gemiddelde borstdichtheid.

2. Waarom is het lastiger om borstkanker op te sporen als je dicht borstweefsel hebt?
Vetweefsel in je borsten kleurt op röntgenfoto’s zwart. Klierweefsel wit. En daar zit het probleem:
een tumor kleurt ook wit op op de foto’s. Bij vrouwen met veel klierweefsel valt een tumor dus niet op – als een klein wolkje dichte mist. Zo’n 60 procent van tumoren wordt bij deze vrouwen ontdekt, tegenover 70 tot 85 procent bij vrouwen met een andere borstdensiteit. Dat is al veel langer bekend: ruim 20 jaar geleden ontstond er in de Verenigde Staten onrust over, die vervolgens ook oversloeg naar Nederland – maar een beter alternatief was niet bekend. De Commissie Wbo (Wet op het bevolkingsonderzoek) gaf in 2011 een vergunning om onderzoek te doen naar aanvullende methodes voor borstonderzoek, zoals een MRI. Na een onderzoek van 8 jaar en een deelname van 40.000 vrouwen kwamen in 2019 de resultaten van deze zogeheten ‘Dense-studie‘. Hieruit bleek dat MRI’s de tumoren inderdaad veel beter kunnen opsporen.
Door de contrastvloeistof die vrouwen bij de MRI ingespoten krijgen, lichten de tumoren op. Hierdoor werd bij tientallen vrouwen kanker ontdekt, waar bij de mammografie niets te zien was. Het was wereldwijd het eerste goed uitgevoerde onderzoek naar de meerwaarde. Zo’n 60 procent screening. De Europese vereniging voor borstradiologie nam vervolgens in haar richtlijnen op dat deze vrouwen een MRI geadviseerd moet worden. Je zou dan ook denken dat vanaf dat moment de bevolkingsonderzoeken uitgebreid werden. Maar helaas: de situatie in Nederland bleef zoals hij was: zonder aanvullende MRI’s voor vrouwen met dicht borstweefsel.
3. Waarom veranderde er niks?
Na de Dense-studie concludeerde de Gezondheidsraad dat de MRI’s goed werken bij deze vrouwen, maar dat er onderzoek gedaan moest worden naar alternatieven. Voornamelijk omdat de capaciteit die nodig is om MRI’s in te zetten voor bevolkingsonderzoek in ziekenhuizen niet toereikend is en de methode te duur. Volgens de Gezondheidsraad moeten er meer alternatieven zijn die goedkoper (en mogelijk ook beter) zijn. Contrast- mammografie (CEM) bijvoorbeeld waarbij er, net als bij de MRI, contrastvloeistof ingespoten wordt om de tumor zichtbaar te maken. Of een kortere MRI-scan met contrast, die ongeveer 5 minuten duurt in plaats van 20 tot 35 minuten. Toch nam de Tweede Kamer unaniem een motie aan om een tijdelijke MRI-screening in te voeren. Het ministerie van Volks- gezondheid deed daarop onderzoek naar de mogelijkheden, maar stelde dat er niet genoeg capaciteit is om MRI’s in te zetten. Het inzetten van MRI’s voor preventief bevolkingsonderzoek, en dus zorg voor tienduizenden vrouwen extra, zou ten koste gaan van zorg voor andere patiënten. En dus is er vooralsnog weinig veranderd.
Vrouwen worden nog altijd niet ingelicht over de dichtheid van hun borstweefsel, om ‘hen niet te belasten met informatie waar zij geen vervolg aan kunnen geven’, aldus de staatssecretaris van Volksgezondheid destijds. Overigens keek de beroepsvereniging van radiologen anders naar het onderzoek van het ministerie van Volksgezondheid. Die concludeerde dat er, met de inzet van externe diagnostische centra (buiten het ziekenhuis om) wél voldoende capaciteit is. Het gaat weliswaar om veel geld, zo’n 10 tot 20 miljoen per jaar, maar de screenings zouden ook veel zorgkosten voorkomen, aldus de radiologen. Zij pleitten daarom voor directe invoering van MRI’s, tot er betere alternatieven beschikbaar zijn.
Lees ook: ‘Nynke over haar diagnose borstkanker’
4. De huidige situatie
Eind 2024, tegelijkertijd met de start van Dense-2, kreeg de kwestie veel media- aandacht. De Amerikaanse Gezondheidsautoriteit besloot namelijk wél dat vrouwen geïnformeerd moeten worden over de dichtheid van hun borstweefsel. Zo kunnen zij samen met hun arts nadenken over vervolgonderzoeken. Dit geldt ook voor delen van Canada en Australië. Het ministerie van Volksgezondheid heeft na de ophef beloofd haast te maken als de eerste resultaten beloftevol zijn. Ook hebben ze opdracht gegeven aan het RIVM om opnieuw een haalbaarheidstoets uit te voeren of er in de tussentijd toch MRI’s vrouwen met zeer dicht borstweefsel. In het voorjaar van 2024 werd het Zorgakkoord gesloten: hierin is afgesproken om extra geld te reserveren voor de MRI-onderzoeken. De eerste resultaten van Dense-2 lijken inmiddels inderdaad beloftevol. Een MRI-scan van slechts 5 minuten is voldoende om borstkanker op te sporen bij vrouwen met dicht borstweefsel. Dat zit namelijk zo: de vrouwen krijgen eerst een scan zónder contrastvloeistof, gevolgd door toediening van de vloeistof en een tweede scan. Die scans hoeven maar kort te duren, want na afloop hoeven de radiologen alleen deze aanvullende scans die normaal gesproken daarna volgen bij MRI’s, zijn niet nodig. Hierdoor kunnen er twee keer zoveel vrouwen gescreend worden.
In november 2024 is de Dense-2 studie gestart. Dit onderzoek moet duidelijk maken of er betere en praktische manieren zijn om vrouwen met zeer dicht borstweefsel extra te controleren. Wetenschappers kijken naar twee nieuwe technieken: een contrast-mammogram en een verkorte MRI-scan. Deze zijn minder belastend voor het zorgsysteem én goedkoper dan de uitgebreide MRI die in de eerste DENSE-studie werd gebruikt. De uitkomsten laten nog even op zich wachten: de resultaten worden in 2031 verwacht. Tot die tijd loopt het onderzoek door en wordt gekeken welke methode het beste werkt.
5. Hoe weet je of je dicht borstweefsel hebt?
Je kunt zelf niet voelen of je veel klierweefsel hebt en het is ook niet afhankelijk van de grootte van je borsten. Het is wel zichtbaar op röntgenfoto’s, maar het meten van de dichtheid van je borstweefsel wordt niet bij het bevolkingsonderzoek gedaan. De screeningslaborant tijdens het bevolkingsonderzoek kan daar dus ook niks over zeggen. Wel kun je je foto’s van het bevolkingsonderzoek opvragen. Via Bevolkingsonderzoeknederland.nl kun je hiervoor contact opnemen met de uitvoeringsorganisatie voor het bevolkingsonderzoek. Maak je je zorgen, dan raadt het RIVM aan om dit met je huisarts te bespreken. Borstkankerspecialisten in het ziekenhuis kunnen beslissen of een MRI nodig is. Goed om te weten: ook met zeer dicht borstweefsel is het bevolkingsonderzoek van groot belang – bij deelnemers met een zeer dicht borstweefsel wordt alsnog 60 procent van de tumoren opgespoord.
LEES OOK
Beeld: Getty Images
Tekst: Mara Ruijter
Uit andere media