Snoep

Fleur stopt met suiker: ‘Ik voel me een beetje down’

Journalist Fleur (41) leeft behoorlijk gezond, maar één verleiding kan ze niet weerstaan: zoetigheid. Hoe gekleurder en chemischer, hoe lekkerder. Dat mag best wat minder, dus besluit ze een maand te stoppen met suiker.

Suikerverslaafd

Met gebogen hoofd loer ik om me heen. Ziet iemand me? Nee? Gauw, nog een schep. En nog eentje. Ik leg een knoop in de plastic puntzak en loop zo nonchalant mogelijk naar de kassa, elk oogcontact met andere klanten vermijdend. Het voelt alsof ik iets aan het doen ben wat streng verboden is. Feitelijk ís dat ook zo, want ik had mezelf iets voorgenomen. Niet, nooit meer, vanaf vandaag. Maar amper een week later dreig ik alweer voor de bijl te gaan. Hoe heeft het zo ver met me kunnen komen? Voor wie nu visioenen ziet van xtc, cocaïne of lachgaspatronen: dat is niet aan de hand. Ik ben geen junk, ik hou ‘gewoon’ van suiker. De plastic puntzak waar ik het net over had? Die zat vol met apekoppen, colaflesjes, banaantjes, Engelse drop en schuimblokken. Minstens twee keer per week loop ik binnen bij Trekpleister bij mij aan de overkant voor een snoepshot. Hoe gekleurder en chemischer, hoe lekkerder. Je zou kunnen zeggen dat het me met de paplepel is ingegoten. Suiker was vroeger de oplossing voor alles. Gevallen? Snoepje. Gepest op school? Snoepje. Lange autorit? Snoepje. En ook als het wél goed ging, was daar zoetigheid. Als beloning voor het uitlopen van de Avondvierdaagse, bij de thee als ik uit school kwam, tijdens het kijken van Seabert op woensdagmiddag. Zoet was lekker, zoet was goed. Het klinkt misschien of ik uit een obees Tokkiegezin kom, waar iedereen zich constant volpropt met troep. Da’s niet waar. Ik ben opgegroeid met elke dag verse groentes en salades op het menu. Mijn moeder is dol op koken en haalt bijna niets uit pakjes en zakjes, maar ze schuwt ook calorieën niet. Niks lightproducten, maar échte boter, échte suiker, échte chocolade, écht brood, échte melk. Kan gewichttechnisch ook makkelijk, want in mijn familie is het postuur van tante Sidonia heersend: lang en dun, wat we ook naar binnen werken. 

Doorgeslagen fanatici

Mijn gedachte was altijd dat je prima kunt eten wat je wilt, zolang er balans is. Ik ben nog steeds gek op groenten en fruit, dus dat gaat dagelijks in grote hoeveelheden naar binnen. Alcohol drink ik niet, salades zijn mijn lievelings, vlees eet ik zelden en gefrituurde rommel nooit. Mijn voeding is meestal licht, healthy en eiwitrijk, ook omdat ik vier keer per week na het avondeten ga sporten: fitness, pilates, bodypump, krachttraining. En in het weekend loop ik ook nog hard, meestal duurloopjes van tien à vijftien kilometer. Als tegenhanger van al dat gezonde eten en sporten vind ik dat ik mezelf best wat luxe mag permitteren. Elke dag een paar koekjes bij de diverse lattes? Prima plan. Na het sporten een grote bak vanillekwark met fruit weglepelen? Goed voor de spieropbouw. Een paar keer per week een zak snoep halen bij de drogist? Welja, als ik daar nou blij van word. En zo kan ik voor alles wat met suiker te maken heeft, wel een excuus verzinnen waarom ik het mezelf niet hoef te ontzeggen. Die excuses waren trouwens lange tijd helemaal niet nodig. Verzadigde vetten gingen in de ban en zuivel en gluten kwamen op de zwarte lijst, maar suiker hebben we nog lang geassocieerd met gezellig en lekker, ikzelf voorop. Onderzoeken over het slechte effect van suiker op je gezondheid wuifde ik vrolijk weg, de groeiende groep mensen die stopte met suiker zette ik weg als doorgeslagen fanatici. Ondertussen las ik – gezondheidsfreak die ik ben – natuurlijk wel elk nieuwtje over suiker. Zolang de groepen voor- en tegenstanders nog ongeveer even groot waren, was ik redelijk gerustgesteld. Maar de berichtgeving over de kwalijke gevolgen van suiker nam langzaam steeds meer de overhand. Het definitieve moment van ommekeer kwam na het lezen van het opiniestuk ‘Public health: the toxic truth about sugar’, waarin wetenschappers zelfs pleiten voor een wettelijke ban op suiker. Suiker zou op de lange termijn namelijk leiden tot schade aan de hart- en bloedvaten, lever, longen, huid en nieren. Ook de emotionele impact van suiker moeten we volgens de onderzoekers niet onderschatten. Als je suiker eet, wordt in je hersenen een prikkel afgegeven: een fijn gevoel en het signaal dat je hier méér van wilt. Kort door de bocht: dezelfde knoppen die aangaan als je rookt, alcohol drinkt of drugs gebruikt.

Lees ook: 5 tips om te minderen met suiker

Afkickverschijnselen

Suiker kan dus een serieuze verslaving zijn, al heb ik in eerste instantie het idee dat dit in mijn geval wel zal meevallen. Die paar speculaasjes, bakjes vla en taartjes per week, hoe erg kan het zijn? Maar als ik me in de materie ga verdiepen, ontdek ik al snel dat suiker overal in zit: vleeswaren, toastjes, brood, magere kwark, een potje augurken, chips, margarine… Per jaar krijgen wij Nederlanders op die manier zo’n zeventig gram suiker per dag binnen, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een maximum van 25 gram, zo’n acht suikerklontjes, per dag hanteert. Kanttekening: de Wereldgezondheidsorganisatie gaat hierbij uit van zogenaamde ‘vrije suikers’. Dit zijn de toegevoegde suikers die in koekjes, vruchtensap of snoep zitten. Er is geen richtlijn voor suikers die van nature in producten als groente, fruit en zuivel voorkomen, omdat deze producten vallen binnen de gezonde voeding. Ons eigen Voedingscentrum heeft het over een dagelijkse totale referentieinname van negentig gram suiker, oftewel 22 suikerklontjes. Dat zijn dus de vrije suikers en de van nature aanwezige suikers bij elkaar opgeteld. Als ik mijn suikerinname na het moment van De Ommekeer een paar dagen bijhoud, blijk ik niet eens in de buurt van die negentig gram suiker te komen. Ik zit er zó ver boven dat ik het niet eens durf op te schrijven. Dat moet anders! Ik besluit een maand cold turkey te stoppen met vrije suikers, en schakel de professionele hulp in van Carola van Bemmelen, schrijver van 100% suikervrij in 30 dagen en De gelukkige eter, waarin ze onder meer ingaat op de invloed die suiker heeft op je brein en je eetgedrag in het algemeen. “Suiker zit overal in en er lijkt geen ontkomen aan”, zegt Carola als ik haar vertel dat ik voornemens ben om suiker vier weken lang te mijden. “Je zult vanaf nu dus alle etiketten moeten lezen van de producten die je in je karretje stopt. In het begin is dat veel werk, maar je ontdekt al snel welke producten je wel en welke je beter niet kunt nemen.” Het blijkt inderdaad vrij tijdrovend, maar kiezen voor vers en onbewerkt scheelt al enorm. Een omelet met groente is bovendien zo gemaakt, net als een tonijnsalade of forelpakketje. Nee, dan het psychische effect van het uitbannen van suiker uit m’n leven, dat blijkt een stuk lastiger. Niet in de zin van echte afkickverschijnselen, goddank. Volgens Carola komt het voor dat mensen echt ziek worden als ze stoppen met suiker. Denk: een grieperig gevoel, hoofdpijn, koude handen en voeten, intense vermoeidheid. Daar heb ik allemaal geen last van, maar ik voel me wel een beetje down – volgens mijn vriend: stikchagrijnig – en snak de eerste paar dagen naar iets zoets. Ik moet, ik wil, ik zal koekjes, chocola of vla!

Stabiele bloedsuikerspiegel

Ik weet me behoorlijk goed in te houden, al zeg ik het zelf, totdat dag zes aanbreekt. Mijn interviewkandidaat zegt op het laatste moment af, er lijkt geen einde te komen aan de stroom e-mails in mijn inbox en mijn hond kotst het halve huis onder. Ik ben er klaar mee, zoek troost, en waarin vind je dat beter dan in zoetigheid? Voor ik het weet, sta ik in de Trekpleister, vul mijn zakje, wandel naar de kassa, reken af en… geef het zakje terug aan de kassadame. “Nee, ik hoef mijn geld niet terug, mijn fout, ik heb eigenlijk helemaal geen zin in snoep!” Opeens besef ik dat die zak snoep me niks gaat brengen. Carola: “Suiker zorgt ervoor dat je bloedglucosewaarden én de dopamine-afgifte in je brein een oppepper krijgen. Daardoor voel je je even heel goed en actief. Maar na dat uur schieten ze weer naar beneden. Je wordt moe, hongerig en voelt opnieuw de behoefte aan zoetigheid. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, waar je maar moeilijk uitkomt. De uitdaging is nu om je bloedglucosewaarden stabiel te houden.” Een zak snoep leegeten is níét de manier waarop ik dat ga bereiken. Volhouden wél, want ik merk al na een week dat mijn lichaam went aan minder suiker. Ik heb minder last van energiepieken- en dips en mijn stofwisseling lijkt beter te werken. Naarmate de maand vordert, komt daar nog bij dat ik me beter kan concentreren en dieper slaap. Die dertig dagen haal ik dus op mijn sloffen, maar hoe ga ik daarna verder? Volgens Carola is suiker voor altijd uit je menu schrappen niet nodig. Als je weet wat suiker met je lichaam én hersenen doet, helpt dat al om er verstandig mee om te gaan. Zolang ik dat doe, blijft mijn bloedsuikerspiegel in balans, en kan het geen kwaad een keer te zondigen. Een punt appeltaart mag soms best. Net als een krentenbol na het hardlopen. Niet suikervrij, maar suikerbewust is het toverwoord. En daar hoort af en toe een zak snoep bij.

Lees ook: Hoeveel weet jij over suiker? Test het in deze quiz

Foto: Getty Images Bron: archief Santé, tekst: Fleur Baxmeier