Martin H. en zijn vriendin

Het verhaal van Martin H.

Martin Hoogland begint in 1973 als een van de jongste en meest ambitieuze agenten in Amsterdam. Vervolgens sluit hij zich aan bij de Joegoslavische maffia en in 1991 schiet hij Klaas Bruinsma dood en gaat twintig jaar de cel in. Als hij in 2004 onder voorwaarde naar buiten mag, wordt hij op zijn fiets doodgeschoten. Als in een gangsterfilm heeft Martin H. natuurlijk een grote liefde: Ingrid.

Dertig jaar zijn verstreken sinds de moord op Klaas Bruinsma die leidde tot de eerste grote strafzaak in Nederland rond een onderwereldmoord van dit kaliber. In de media werd voor het eerst uitgebreid verslag gedaan van een liquidatie in de onderwereld. Politieagent Martin H. wordt veroordeeld voor de moord. Maar wie was deze Martin H.? Deze week verscheen er voor het eerst een boek over zijn leven.

Netflix

Klaas Bruinsma is nog altijd een gewild onderwerp voor boeken, films en documentaires. Zelfs op Netflix is er een documentaire over hem te vinden. Wel opvallend voor iemand die al dertig jaar dood is. Misdaadjournalist Vico Olling schreef een boek over Martin H., de politieagent die veroordeeld werd voor de moord op Klaas Bruinsma. Een true crime-boek, met daarin een opvallende rol voor zijn vrouw Ingrid, en hun zoon Jeoffrey, die in dit boek voor het eerst met een journalist over zijn vader praat.

Ingrid

Als in een gangsterfilm heeft Martin H. natuurlijk een grote liefde: Ingrid. ‘Ze is een van de kleurrijkere figuren uit de Zaanse regio. Haar vader zit in het bestuur van voetbalclub kfc. Als Ingrid gaat stappen heeft ze altijd veel bekijks. Voor de jongens is ze een knappe meid met alles erop en eraan, voor de meiden heeft ze wel iets van een vorstelijke freule die door de straten schrijdt. ‘Kwam door die opvallende jas die ze droeg, het leek wel een bontjas,’ zegt een vriendin uit die tijd die we Suze noemen. In de kroeg weet iedereen het als Ingrid in aantocht is. Door haar opvallende stemgeluid met Zaanse tong- val hoor je haar al van verre aankomen: ‘Bubbels! Bubbels! Ik wil bubbels!’ Laat er geen misverstand over bestaan: kom niet aan bij deze dame met bier of wijn. Deze dame drinkt champagne. 

Zaandam

In 1976 ontmoeten Martin en Ingrid elkaar tijdens een stapavond in Zaandam. Het gebeurt in de enorm populaire Zaanse discoclub Dam 8 aan de Dam, een vrolijke tent waar regelmatig livemuziek is te horen en dj’s hun discoplaten draaien. 

Zij ziet hem staan en vindt hem meteen leuk. ‘Hij was een slimme jongen, had zijn school afgemaakt en was van goeden huize. Martin had uitstraling en zat bij de politie. Dat vond Ingrid wel mooi,’ aldus Suze. Volgens haar was het Martin die het telefoonnummer van Ingrid vroeg. ‘Ja, dat vond ze ook wel een pluspunt: hij durfde haar nummer te vragen en had de ballen om haar te bellen de volgende dag.’ 

Ze heeft humor en ze is knap

Martin valt als een blok voor de 17-jarige stoot. Hij vindt haar geweldig: hij houdt ervan dat ze goed van de tongriem is gesneden. Deze dame praat je niet zomaar onder tafel. Bovendien heeft ze humor en ze is knap. Menig man draait zijn hoofd om als ze langsloopt met haar blonde kop met haar. Haar schoonheid blijft ook niet onopgemerkt: in die jaren wordt Ingrid zelfs uit-geroepen tot Miss Ajax.’

Gokken

‘Gokken is in die tijd, de jaren zeventig, volkssport nummer één. Overal in grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag zijn gokhuizen te vinden. Sommige zijn illegaal en worden oogluikend toegestaan, maar er zijn ook tenten zoals Femina of Club 26 die legaal opereren en waar ook gegokt wordt.

Club 26 van Joop de Vries, aan de Oudezijds Voorburgwal, is de plek waar tout Amsterdam zijn centen over de balk gooit terwijl er continu shows worden opgevoerd. Demis Roussos, de Pointer Sisters of Burt Reynolds en Telly Savalas, de acteur die Kojak speelde in de beroemde tv-serie, zijn zomaar wat beroemde mensen die je hier tegen het lijf kunt lopen.

De koning van de Wallen

Het is een soort Las Vegas in Amsterdam, gerund door Joop de Vries. Deze man heeft vele bijnamen: Joden Jopie, Zwarte Joop, maar de meest aansprekende is natuurlijk Koning van de Wallen, en dat is niet zonder reden. Joop is een kracht om rekening mee te houden in het centrum van de stad. Met zijn dikke baard, lange haar en onafscheidelijke bootmansmutsje mag hij dan de looks hebben van een zwerver, maar dat is schijn. Joop geeft helemaal niets om uiterlijk vertoon – alhoewel hij gek is op sportieve auto’s, met name zijn gele Lamborghini – maar is behalve eigenaar van Club 26 ook de oprichter van het legendarische sekstheater Casa Rosso (1968) dat tot ver buiten onze landsgrenzen bekend is. Eigenlijk is Joop de Vries eigenaar van een heel blok aan panden dat loopt van de Oudezijds Achterburgwal tot de Oudezijds Voor- burgwal. In die panden wordt gegokt, gedronken, gekeken naar live seksshows en pornofilms, in de sauna gezeten, gesport, gegeten en nog veel meer. Het is een groot kruip-door-sluip-door-web van panden en gangen, alleen maar gericht op entertainment.’ Er gaat een hardnekkig gerucht rond dat er in die tijd binnen het korps nogal wat agenten zijn die zich soms laten inhuren voor de beveiliging van de gokhuizen.’

Rembrandtplein

‘Wanneer Martin bij Bureau Warmoesstraat begint, verliezen zijn Zaanse stapvrienden hem een beetje uit het oog. Onder hen Harry, nog steeds agent bij de politie Zaandam. ‘Het is denk ik twee jaar na die vakantie op Las Palmas dat ik toch weer in contact kom met hem. Ik weet niet meer precies hoe dat kwam, volgens mij kwamen we elkaar toen toevallig tegen. We raken aan de praat en ik vertel dat ik nog steeds agent ben in Zaandam en Martin vertelt over Amsterdam. Maar we hebben niet veel tijd en spreken af om samen eens een biertje te drinken in de hoofdstad, een beetje herinneringen ophalen en zo. We ontmoeten elkaar later voor dat biertje, en hij zegt eigenlijk meteen dat hij naar het Rembrandtplein wil. Dat vond ik al een beetje gek, want in de tijd dat wij met elkaar uitgingen, gingen we altijd naar het Leidseplein. Maar ik had al begrepen dat Martin door zijn omgang met Piet Schutte ook vaker op het Rembrandtplein kwam, dus wij daarnaartoe. Als we over het plein lopen komt er iemand op hem af en groet hem: “Hé, Martin!” Ik kijk die kerel eens aan, het is een of andere mank lopende lowlife. “Wie was dat nou?” vraag ik aan hem als we verder lopen. “O, die heb ik laatst nog in zijn poot geschoten,” antwoordt hij lachend. Ik lach een beetje mee om die uitspraak, maar heb er verder niet meer naar gevraagd.’ 

De bruiloft

‘Op 30 mei 1979 trouwt Martin met Ingrid. Volgens mensen die erbij waren is het een sobere bruiloft, geen gekkigheid. Een vriendin van Ingrid zegt dat Ingrid helemaal weg was van Martin: ‘Ze had het over een universele en onvoorwaardelijke, unieke liefde. Misschien heel gek, maar ik herinner me dat ze zijn handschrift ook heel mooi vond.’ Martin houdt ook van Ingrid. Hij zegt vaak ‘Tot de dood ons scheidt’ tegen haar. Ingrid is tijdens de bruiloft al zwanger.

Zoon Jeoffrey wordt in augustus 1979 geboren. Heel bureau Waddenweg komt op kraamvisite. Martin is apetrots. Jeoffrey wordt vernoemd naar een karakter uit de populaire tv-serie Angelique waar Ingrid en Martin graag samen naar kijken. Later zal Ingrid zeggen dat ze zo veel overeenkomsten ziet tussen haar leven en die tv-serie. Ze ziet zichzelf erin, het avontuur, de liefde die komt te overlijden en hoe ze alles kwijtraken wat ze hebben.’

Jeoffrey

‘Jeoffrey was één jaar toen zijn ouders in 1981 scheidden. ‘Het ging niet meer. Mijn vader werd gek van mijn moeder en mijn moeder werd gek van mijn vader. Hij kwam soms vroeg in de ochtend thuis en het enige wat hij dan wil- de was gaan slapen. Voor mijn moeder begon de dag dan net. Die wilde muziek aan en dansen op Modern Talking. Dat kon gewoon niet goed gaan.’ 

KlussenKlussen

Moord op zijn vader

‘De moord op zijn vader heeft zijn verdere leven bepaald. ‘Ik heb dat nu eindelijk sinds een paar jaar een beetje een plaats gegeven. Daar heb ik het erg moeilijk mee gehad. Ik was net twaalf toen mijn vader in de gevangenis belandde. Dertien jaar lang heb ik moeten wachten op het moment dat hij weer uit de bajes zou komen. En toen het bijna zover was dat ze hem vrijlieten, werd hij doodgeschoten. Ik was 24. Mijn vader had nog tegen me gezegd dat we naar Spanje zouden gaan als hij uit de bajes zou komen…’ 

Onderwereld

Ze zeggen weleens dat er in de onderwereld twee eindes mogelijk zijn: in de bajes of in een kist. Het is daarom extra wrang dat Martin eigenlijk twee keer slachtoffer is geworden. Eerst werd zijn vrijheid afgenomen in de bajes en toen hij bijna vrij was, werd hij doodgeschoten.’

Ik hou van je

‘Op de dag dat Martin Hoogland werd doodgeschoten, had hij een uur of twee daarvoor zijn zoon aan de lijn. ‘Hij zei zo ineens, vanuit het niets: “Ik hou van je.” Ik schrok er een beetje van en zei volgens mij iets terug van: “Ja, dat is goed man.” Daarna hingen we op.’ 

KlussenKlussen

Nog geen twee uur later was Martin doodgeschoten. Had zijn pa misschien een voorgevoel? Jeoffrey denkt van wel. ‘Hij wist volgens mij dat er iets zat aan te komen, ja. Dit kan toch bijna geen toeval zijn? Mijn vader had nog nooit gezegd dat hij van me hield.’ 

Trauma

Schrijver Vico Olling zegt in het nawoord van het boek: ‘De wereld van de misdaad wordt weleens geromantiseerd, maar in dit verhaal heeft een moeder haar enige zoon verloren en hebben drie opgroeiende kinderen geen vader meer. Sinds de dood van zijn vader worstelt Jeoffrey met een groot trauma, dat in het verleden tot keuzes leidde waardoor hij tot vier keer toe in de gevangenis is beland. Hij wil dit achter zich laten en een nieuwe toekomst tegemoet gaan. Het werken aan het boek zette hem aan tot zelfonderzoek. ‘Ik kan er alleen maar mee winnen,’ zegt hij er zelf over, en dat is ook precies hoe ik het zie. Jeoffrey probeert niet in de valkuilen van zijn vader te trappen, en wil het lot in eigen handen te nemen. Hij hoopt zo de cirkel te doorbreken.’

Dit is een voorpublicatie uit: Martin H., Van politieman tot moordenaar van Klaas Bruinsma, door Vico Olling. Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Martinh
Bestel hier