Vrouw houd buik vast

© Getty Images

Dít kan de reden zijn dat je niet van je buikje afkomt

Je eet gezond, let op wat je binnenkrijgt en toch blijft je buik ronder dan je zou willen. Naast voeding zijn er meer factoren die invloed hebben op je buik. We zetten ze op een rij.

Zucht, na een periode van gezond eten en snacks laten staan, sta je gefrustreerd voor de spiegel: waarom is dat buikje nog steeds ronder dan je wilt? Je doet toch alles goed? Als je wilt afvallen, moet je minder calorieën binnenkrijgen dan dat je verbrandt, dat klinkt best simpel. Maar de manier waar en hoe je lichaam vet opslaat, dát is wat minder simpel.

Factor 1: de bouw van je lichaam

Je kunt geen appels met peren vergelijken, maar qua vetopslag rondom je buik wel. Heb je een appelvormig figuur, dan sla je vet sneller op bij je buik. Heb je een peervormig figuur, dan zul je overtollige kilootjes vooral terugzien op je bovenbenen, heupen en billen. Daar kun je niks aan veranderen, het is genetisch bepaald. Door het Plexin D1-gen, om precies te zijn. Vaak is het zo dat mannen een appeltje zijn, terwijl vrouwen vaker een peer zijn. Dit verandert echter zodra vrouwen in de overgang komen, dan slaan ook vrouwen meer vet op rondom de buik.

Factor 2: je leeftijd

Tussen je veertigste en zestigste verandert de vetopslag in je lichaam. Dit komt doordat het hormoon oestrogeen aan het dalen is. Oestrogeen reguleerde voorheen de vetopslag rond je heupen en benen, maar nu je richting of in de overgang zit, neemt de hoeveelheid oestrogeen in je lichaam af. Om de dalende oestrogeenproductie op te vangen, gaat je lichaam meer vet vasthouden. Oestrogeen wordt namelijk ook in vetcellen geproduceerd. Het resultaat is dat vet niet meer verdeeld wordt over meerdere plekken, zoals je heupen en billen, maar dat het met name op je buik belandt. Klein voordeel: door dat kleine buikje en het oestrogeen wat er is opgeslagen, kunnen je overgangsklachten minder heftig zijn.

afvallen
Lees ook 3 voedingsmiddelen die je beter kunt vermijden als je af wilt vallen

Factor 3: je darmmicrobioom

In je darmen leven biljoenen bacteriën, die samen met virussen, gisten en schimmels je darmmicrobioom vormen. Die bacteriën hebben ontzettend veel invloed op de rest van je lichaam: op je hormonen, op je humeur én op je vetopslag. Zo is je microbioom bepalend voor hoe effectief je calorieën uit voedsel kunt halen, wat de opslag van buikvet kan verhogen of verlagen. Volgens Nederlands onderzoek van onder anderen Max Nieuwdorp, internist en hoogleraar aan het UMC Amsterdam, zorgen de bacteriën Roseburia en Faecalibacterie voor een snellere door- stroom van voeding door het maagdarmkanaal, waardoor het lichaam minder goed alle voedingsstoffen kan opnemen – en dus ook minder vet opslaat.

Diezelfde bacteriën produceren daarnaast ook stofjes, korte-ketenvetzuren, die jouw ‘thermostaat’ als het ware een tandje hoger zetten. Hiermee verbrand je dus effectiever je eten. Is je microbioom uit balans, doordat minder gunstige bacteriën in het voordeel zijn ten opzichte van gunstige bacteriën, dan kan dat zorgen voor ontstekingen in je lichaam, wat ook bijdraagt aan meer buikvet. Het eten van vezels helpt om je darmbacteriën in balans te houden, die dienen namelijk als voeding voor gunstige bacteriën. Vezels zitten veelal in volkoren producten, havermout, peulvruchten, zaden en groenten en fruit. Zet ook gefermenteerde producten, zoals yoghurt, kimchi, tempé en zuurkool op je menu. Die bevatten bacteriën die veel goeds doen voor je darmen.

Factor 4: stress

Bij stress maak je meer cortisol aan, ook wel het ‘stresshormoon’ genoemd. Dit hormoon stimuleert de opslag van vet, en dan met name in de buikholte. Ook zorgt het voor meer honger, waardoor je (onbewust) meer en vetrijker zou kunnen gaan eten. Daarnaast kan stress voor een disbalans in je darmmicrobioom zorgen, wat dus indirect kan leiden tot meer opslag van buikvet. Naast mentale stress, kan ook je lichaam stress ervaren – je vetcellen, welteverstaan. Dit gebeurt wanneer je erg weinig eet of veel bent afgevallen. Uit onderzoek van de Universiteit Maastricht blijkt dat je vetcellen dan stress kunnen ervaren. Hierdoor komt er in je vetcellen een soort weerstand om nog meer van hun opgeslagen vet af te staan, om te kunnen blijven ‘overleven’. Ze doen er dus alles aan om zich weer opnieuw te vullen met vet. Ze zijn veel spaarzamer en maken zich klaar om, als er ook maar iets van energie het lichaam binnenkomt, die gelijk op te nemen en op te slaan in de vetcel. Veel sneller en effectiever dan de cellen normaal gesproken zouden doen. De onderzoekers denken dat deze stress een week of drie vier aanwezig blijft in de cel, daarna neemt het langzaam af. Wil je graag wat overtollige kilo’s kwijtraken, dan is het dus goed om dit zorgvuldig en niet al te snel te doen.

Ashwagandha
Lees ook Ashwagandha tegen stress: wat het kruid kan en waar je op moet letten

Factor 5: je eetschema

Na het eten worden de gegeten koolhydraten in je lichaam omgezet in glucose. Dat zorgt voor een stijging van je bloedsuikerspiegel. Glucose is belangrijk voor energie, om bijvoorbeeld je hersenen, spieren en organen goed te laten werken. Bij gezonde mensen bereikt de bloedsuikerspiegel zo’n 30 tot 60 minuten na de maaltijd zijn piek. Daarna daalt het weer geleidelijk tot het niveau van voor de maaltijd, meestal na zo’n 90 tot 180 minuten. Soms is de bloedsuikerspiegel verhoogd, bijvoorbeeld als je lichaam niet meer zo goed reageert op insuline, zoals bij (pre)diabetes het geval is. Maar ook door onregelmatig te eten en/of maaltijden over te slaan, creëer je grote schommelingen in je bloedsuikerspiegel. Dat wil je liever niet, want een verhoogde bloedsuikerspiegel bevordert de opslag van vet rond de organen en dus je buik. Het is daarom belangrijk om op vaste tijden te eten, met drie hoofdmaaltijden op de dag. Ook is het goed om koolhydraatbronnen, zoals brood, rijst en pasta, te combineren met vette en eiwitrijke producten, zoals yoghurt, een eitje, vis, noten en avocado. Hierdoor wordt de opname van koolhydraten vertraagd.

Factor 6: slaaptekort

Hoelang je slaapt, heeft ook invloed op buikvet. Slaaptekort is voor je lichaam een stressfactor, waardoor je dus ook meer cortisol aanmaakt. Bovendien verstoort het de balans in je darmmicrobioom en de balans tussen je honger- en verzadingshormonen. Die eerste, ghreline, stijgt, terwijl het verzadigingshormoon leptine daalt. Meer zin in snacks is dus niet gek als je (vaak) avonddienst hebt.

LEES OOK

Tekst: Mara Ruijter

Uit andere media