Psychotherapeut Christine kreeg zelf borstkanker: “Je hebt kanker, maar je bént het niet”
5 oktober 2026
Psychotherapeut Christine Brouwer begeleidde jarenlang patiënten met kanker, onder wie veel vrouwen met borstkanker, en hun naasten. Ze dacht dat ze wist wat de ziekte met iemand doet, tot ze het vijf jaar geleden zelf kreeg. “Je weet gewoon niet in welk parallel universum je bent beland.”
Psychotherapeut Christine Brouwer begeleidde jarenlang patiënten met kanker, onder wie veel vrouwen met borstkanker, en hun naasten. Ze dacht dat ze wist wat de ziekte met iemand doet, tot ze het vijf jaar geleden zelf kreeg. “Je weet gewoon niet in welk parallel universum je bent beland.”
Jij werkte twintig jaar met kankerpatiënten en kreeg toen zelf borstkanker. Wat realiseerde jij je toen pas echt?
“Dat ‘expert zijn’ niet helpt bij de ontreddering als je het zelf meemaakt.”
Kun je dat uitleggen?
“Ik raakte in paniek. In mijn psychologen- praktijk zag ik maar drie categorieën vrouwen: degenen bij wie de vooruitzichten niet goed waren, vrouwen met traumatische ervaringen en vrouwen die de draad van hun leven niet meer konden oppakken. Van de zeventig procent van de borstkanker- patiënten die na de diagnose niet bij de psycholoog komt, had ik geen beeld. Dus mijn hoofd sloeg op hol. Ik dacht gelijk 28 scenario’s verder, tot mijn kist aan toe.”
Van professional werd je ineens honderd procent patiënt.
“Ik herinner me dat ik tegen mijn chirurg zei: ‘Het klopt niet, ik zit aan de verkeerde kant van de tafel.’ Hij beaamde dat het voor artsen en andere zorgverleners in de oncologie het allermoeilijkste is om in de stoel van de patiënt te zitten.”
Je bent na je diagnose gelijk gestopt met werken, toch?
“Ja. Het was coronatijd, vaccinaties waren er nog niet, dus thuisblijven was veiliger. Maar ik ervoer ook de magneet van de angst, terwijl je als professional normaal gesproken juist degene bent die met enige afstand over dingen als angst praat. Schrijver Susan Sontag beschrijft treffend het bestaan van een ‘kingdom of the well’ en een ‘kingdom of the ill’. Ineens moet je het paspoort van het tweede kingdom gebruiken en heb je geen idee of je ooit nog toegang krijgt tot het eerste. Kortom: als hulpverlener besef je wel waar je over praat, maar het doorvoelen is heel wat anders.”
Waar lopen vrouwen met borstkanker in het dagelijkse leven tegenaan?
“Je wordt buitenspel gezet, doet even niet meer mee. De wereld draait in z’n Insta-snelheid door, maar voor jou is de vanzelfsprekendheid er opeens af. En wat je nog wel kunt, is maar de vraag. In je hoofd ben je nog steeds ‘jij’, maar je lichaam legt jou beperkingen op. Dat is verwarrend. Ik weet nog dat ik moe was, mijn werk niet meer kon doen en zelfs moeite had met koken, mijn hobby nota bene. In de spiegel zag ik een mager koppie zonder haar – ik kende die mevrouw niet. Je weet gewoon niet in welk parallel universum je bent beland.”
Je boek Leven en borstkanker gaat hierover. Waarom schreef je het?
“Het is het boek dat ik indertijd zelf had willen lezen. Ik had een giga-goed netwerk waaraan ik continu vragen kon stellen en toch vond zelfs ik het ingewikkeld. Ik dacht: hoe moet het zijn als je zo’n netwerk niet hebt? Daarnaast: veel informatie die ik tegenkwam, ging over hoe het mis kan gaan. Ik wilde een ander boek maken, een boek dat houvast geeft en je over de put heen helpt. Een bevriende arts appte me een keer: ja, het wordt een zware rotperiode – die weer voorbijgaat. Ik heb zó vaak naar dat zinnetje gekeken. Natuurlijk, het is niet gelijk hosanna, maar je kunt ziek zijn en leven combineren.”
Borstkanker raakt nooit alleen de patiënt. Wat zie jij gebeuren in gezinnen en relaties?
“Vrouwen willen hun partner of kinderen soms niet belasten, maar dat kan ertoe leiden dat je elkaar kwijtraakt. Wat ook gebeurt: dat je net gezellig samen thee zit te drinken en dan ineens de vraag krijgt: ben je ook zo bang voor de scan volgende week? Wég gezellig moment.”
Wat adviseer jij?
“Creëer wekelijks een vast ‘kankeruurtje’ waarin je bij elkaar incheckt en angsten en vragen bespreekt. Daarna gaat het gewoon weer over school en de boodschappen. Je kunt ook afspreken om daarnaast elke week p een vast moment praktische zaken te overleggen, zoals wie er de week erop meegaat naar het ziekenhuis.”
Zo voorkom je dat het alleen maar over kanker gaat.
“Ja. En ook de taal die je gebruikt, maakt verschil. Je kunt zeggen: ik ben kanker- patiënt – dan bén je helemaal kanker. Maar je kunt het ook anders benaderen: ik heb een spijkerbroek, kanker, een auto en een hond. Dan ben je veel meer dan alleen je ziekte.” In jouw boek komt de afkorting NIVEA voorbij: Niet Invullen Voor Een Ander.
Waar gaat dat over?
“Vaak beleven we gesprekken met anderen – onze partner, de mensen om ons heen – al in ons hoofd. Zeker in een emotionele situatie als deze kan het beeld in je hoofd al snel defensief zijn. Iemand lacht niet om je grapje? Jij concludeert: O, hij vindt me niet meer leuk. Of als je partner verzucht: ‘Ik baal dat we nu alweer naar het ziekenhuis moeten’, denk jij: hij wil niet meer mee. Terwijl hij bedoelt dat hij jou die ziekenhuis- bezoeken liever bespaart. Daarom is zo’n kankeroverleg zo nuttig. Vraag gewoon: ‘Heb ik goed begrepen dat…’ of: ‘Ik kreeg het gevoel dat…’ of: ‘Klopt het dat…’”
Hoe kunnen vrouwen omgaan met goedbedoelde maar ongevoelige opmerkingen uit de omgeving?
“Soms krijg je inderdaad een opmerking als: ‘Nou, het gaat al veel beter hè?’ Terwijl je je net heel beroerd voelt. Bedenk dat het de behoefte van de ander is om niet over jouw angsten en onzekerheden te praten. Bij elke interpretatie van het gedrag van anderen heb je een keuze: ze het voordeel of nadeel van de twijfel geven. Als je voor het voordeel kiest, maakt dat het leven veel gezelliger. Voel je je echt niet begrepen door iemand, laat die persoon dan even links liggen en richt je op degenen die er wel voor je zijn.”
Hoeveel vertel je je kinderen?
“Leg kinderen niet meer uit dan ze vragen. ‘Dat weten we niet’ is ook een antwoord. Maar wees eerlijk over het feit dat mama borstkanker heeft en over wat de arts zegt. Verberg niks, die spanning voelen ze toch wel. Wat ik zelf ook ervoer: je kunt je schuldig voelen naar je kinderen dat je hen dit aandoet. Vergeet niet: het is de kanker die dat doet. Een quote waar ik wat aan had, was die van Irvin David Yalom: ‘You’re not responsible for life’.”
Je boek gaat ook in op ‘hulp vragen’. Vinden vrouwen dat doorgaans lastig?
“Vaak wel, vanuit een gevoel dat ze niemand tot last willen zijn. Maar realiseer je dat we kuddedieren zijn, iedereen wil graag wat voor een ander doen. Al is het maar soep brengen. Dus als je om hulp vraagt, geef je er ook wat mee. Het kan handig zijn om iemand die buiten je gezin staat te vragen als personal assistent. Die dus allerlei dingen regelt, zoals vervoer. Zo ontlast je je partner.”
Deed jij dat zelf ook?
“Ja, ik ‘bestelde’ mensen om met mij naar de bestralingen te fietsen. Dat gaf me ook nog een beetje het gevoel van regie.”
Hoe zit het met werken na je diagnose, in hoeverre kan dat een worsteling zijn?
“Enerzijds verwachten mensen soms dat je net doet alsof er niks aan de hand is. Dat wordt zelfs als stoer gezien. Ik kreeg te horen: ‘Goh, werk jij niet? Mijn vriendin bleef na de diagnose wel werken.’ Anderzijds horen vrouwen vanuit hr vaak dat ze even niet aan de normen voldoen. In de praktijk waar ik werkte en die ik zelf had opgezet, vonden ze de situatie echt heel erg lastig. Dat vond ik pijnlijk.”
Welk advies geef je vrouwen die hier tegenaan lopen?
“Kanker kan een ingewikkeld concept zijn binnen een team. Dat jij een potentieel dodelijke ziekte hebt, betekent niet dat de hele wereld empathisch op jou reageert. Het raakt vaak iets persoonlijks aan bij collega’s – misschien een naaste die in een naar kankerproces zit – en daar moeten zij ook mee omgaan. Zoek contact met je bedrijfsarts als het in je team of met je manager stroef loopt. Op de site Re-turn.nl staat veel advies over re-integratie bij kanker. Werk is een belangrijke gezonde pijler. Maar je moet voorkomen dat werk een vlucht wordt en je later in een burn-out terechtkomt. Laat je vooral niet betuttelen. Kanker kan trouwens ook een moment zijn om te kiezen voor ander soort werk.”
Wat doet borstkanker met hoe een vrouw zich voelt over haar lijf?
“Dat verschilt en is onder meer afhankelijk van je levensfase. Maar je lijf verandert, ook na een reconstructie, en dat zorgt voor een rouwproces. Het vraagt tijd en zelfcompassie om je met je veranderde lichaam te verzoenen. Acceptance and Commitment therapie kan helpen.”
Hoe belangrijk is goede verzorging?
“Het ziekenhuis is goed in genezen, maar om weer vrienden te worden met mijn lichaam, heb ik zelf veel aan de soft care gehad. Dus massagetherapie, oedeem- therapie, dat soort behandelingen. Je moet jezelf liefde en zorg gunnen. Mooie beha’s, mooie badpakken, massages en aandacht.”
Hoe vind je weer ruimte voor intimiteit?
“Je veranderde lichaam vraagt om opnieuw ontdekken: wat vind je nog fijn, wat werkt voor jou en wat niet meer? Praten helpt: over het verlies, over wat er veranderd is en over wat nog wél kan. De dag na de operatie hielp de verpleegkundige mij en mijn man om samen naar de wond te kijken. Ze trok het gordijntje dicht en nam even de tijd. Daardoor was de eerste stap al gezet. Het maakte het mij later thuis makkelijker om mijn man te vragen me uit bad te helpenof me een handdoek aan te geven.”
Hoe kun je na je diagnose in het algemeen de draad weer oppakken?
“Accepteer dat je bent veranderd. Het kost behoorlijk wat tijd om de plek waar nu geen borst meer zit weer intiem te maken, weer van jou. En het kost tijd om jezelf weer terug te vinden. Misschien ga je nu niet meer als laatste weg op feestjes, zoals vroeger, maar ga je liever rustig uit eten. Of misschien moet je aanvaarden dat je carrière-gen wat minder opspeelt. Je mag milder en zachter voor jezelf zijn.”
Hoe deal je met de angst dat de kanker terugkomt?
“Cognitieve gedragstherapie kan helpen. Het is ook een kwestie van relativeren. Op mijn vraag hoe mijn toekomst eruit ging zien, zei mijn oncoloog: ‘Geen idee, voor hetzelfde geld rijd je straks tegen een boom.’ Zelf probeer ik me vooral op het heden te richten. Natuurlijk zijn er momenten dat ik eraan denk, maar ik ben in principe kankervrij. Het zou ontzettend zonde zijn als ik de hele tijd last heb van een diagnose die ik nu niet heb.”
Wat is jouw advies voor vrouwen met borstkanker?
“Kom voor jezelf op en wees lief voor jezelf. Met de diagnose wordt je de regie uit handen geslagen, het kan helpen als je over minuscule dingen wel de regie houdt. Ik nam een teddybeer van vroeger mee naar het ziekenhuis, gewoon om een gevoel van veiligheid voor mezelf te creëren. Daarnaast: laat jezelf niet definiëren door de kanker. Je hebt het, maar bent het niet.”
In hoeverre heeft jouw eigen ziekteproces jou veranderd?
“Ik ben minder onzeker. Onzekerheid is ballast en als je beseft dat je het leven makkelijk kwijt kunt zijn, is het zonde om met die ballast rond te blijven lopen. Verder blijk ik meer te kunnen en te durven dan ik dacht. Ik ben behoorlijk dyslectisch, maar mijn boek bewijst dat ik wel kan schrijven.”
Inmiddels werk je weer en ook met kankerpatiënten. Hoe kleurt jouw persoonlijke ervaring je werk nu?
“Mijn kennis is doorleefd en dat geeft me meer geloofwaardigheid in de behandelkamer. Natuurlijk met de kanttekening dat ik alleen vanuit mijn persoonlijke ervaring en keuzes kan spreken. Ik hoop dat cliënten daarin raakvlakken vinden. In ieder geval kan ik nu waarachtiger zeggen: omgaan met kanker en de gevolgen van je behandeling is een hele klus, maar het is te doen. En dan vind je zeker een stuk van jezelf terug.
Samen zoeken naar intimiteit
Een veranderend lichaam raakt niet alleen jou, maar ook je partner. De meeste partners willen graag steunen, maar weten niet altijd hoe. Deze handvatten uit het boek van Christine Brouwer kunnen helpen:
• Wees open over wat je nodig hebt. Je hoeft niet precies te weten wat je wél wilt. Benoemen wat je níét wilt, is vaak al genoeg. Onzekerheid is normaal, voor jullie allebei.
• Begin met nabijheid, niet met seks. Samen liggen, elkaars hand vasthouden of dicht tegen elkaar liggen zonder dat er iets hoeft. Intimiteit is meer dan aanraking van borsten of seks.
• Neem de druk weg. Spreek uit dat vrijen geen doel op zich hoeft te zijn. Wanneer de druk verdwijnt, ontstaat er ruimte voor nieuwsgierigheid en nieuwe vormen van opwinding.
• Blijf praten. Veel vrouwen zijn bang dat ze niet meer aantrekkelijk zijn. Partners kunnen helpen door hun eigen gevoelens en verlangens te delen. Niet als geruststelling, maar als verbinding.
• Samen opnieuw ontdekken. Je lichaam is veranderd, en jullie relatie verandert mee. In plaats van terug te willen naar hoe het was, kan het helpen om nieuwsgierig te zijn naar wat nu mogelijk is.
Leven met Borstkanker
Psychotherapeut Christine Brouwer kreeg vijf jaar geleden de diagnose borstkanker. Na jarenlang mensen met kanker te begeleiden, werd zij zelf patiënt. In dit boek verbindt ze kennis van de medische psychologie met eigen ervaringen en die van andere patiënten. Een boek voor alle vrouwen die deze ziekte meemaken – en voor hun naasten.
LEES OOK
Tekst: Belinda Fallaux
Uit andere media