Karin verloor haar tweelingzus

Bij tweelingen is er sprake van een dubbele identiteit. Als een van beiden overlijdt, rouwt de nabestaande om het verlies van de ander, om het verlies van een deel van zichzelf en om het verlies van de eenheid. Dat kan leiden tot een diepgaande identiteitscrisis. De Amerikaanse psychiater George Engel, die zelf een tweelinghelft verloor, vond nog eens drie factoren die het verlies van een tweelinghelft onderscheidt van andere vormen van verlies: een vervaagd ego (waaronder verwarring over wie er is overleden), verlies van identiteit (wie ben ik, ben ik nog tweeling?) en een gevoel van versmelting met de ander, waardoor het lang kan duren voordat het overlijden is geaccepteerd. Karin vertelt over het verlies van haar tweelingzus.

“Jeanne en ik zijn een twee-eiige tweeling; we zijn uit afzonderlijke eicellen ontstaan. Biologisch gezien zijn we dus gewoon zussen, het bijzondere is alleen dat we samen zijn geboren. Vroeger dacht ik dat onze band niet meer was dan een heel hechte zussenband. Pas sinds haar overlijden besef ik dat er een lijntje was.” Aldus Karin, die op haar veertigste plotseling haar zus verloor.

De oudste

“Toen ze stierf, voelde ik letterlijk iets knappen. Het schoot los. Ik ben tien minuten eerder geboren dan Jeanne en heb vroeger vaak gehoord: ‘Jij bent de oudste, jij moet het goede voorbeeld geven.’ Zelf voelden we dat onderscheid niet. Jeanne en ik waren twee handen op één buik. We sliepen samen op een kamer en wisten alles van elkaar. We hielden allebei van knutselen en slagballen met kinderen uit de buurt. Samen waren we sterk en konden we iedereen aan. Uiterlijk leken we niet erg op elkaar, innerlijk wel: we waren sociaal, creatief, konden slecht nee zeggen. Jeanne was hooguit wat zakelijker en zelfverzekerder.

Dagelijks contact

Tweeling-zijn heeft ook minder leuke kanten. Als tweelingzussen word je altijd met elkaar vergeleken. Prestaties van mij werden naast die van Jeanne gelegd en daar verzette ik me tegen. Het stoorde me als mensen onze namen door elkaar haalden. Als tweelingzus ben je deel van een eenheid, maar je wilt ook een eigen identiteit ontwikkelen. Het is dan prettig een eigen klas en een eigen vriendenkring te hebben. Desondanks bleef de verbondenheid; toen we op onszelf gingen wonen en partners kregen, hadden we nog steeds dagelijks contact.

Telepathische band

Over ééneiige tweelingen hoor je vaak dat ze een telepathische band hebben. Die hadden wij niet voortdurend, maar het kwam wel regelmatig voor dat we aan hetzelfde dachten. Soms had ik opeens sterk het gevoel dat ik Jeanne moest bellen en bleek er inderdaad iets aan de hand te zijn. Jeanne heeft ooit een fietsongeluk gehad; ze is door een auto aangereden. Op het moment dat dat gebeurde, voelde ik me heel raar. Toen ze persweeën had en beviel van haar dochtertje Renske was ik opeens hartstikke ziek. Het moment dat ik Renske voor het eerst in mijn armen hield, was een wonderlijke ervaring. Ze voelde als mijn eigen kind.

Vage klachten

Kort na de geboorte van haar dochtertje kreeg ik last van vage klachten. Jeanne had nergens last van. Ze genoot van het moederschap, zat op een roze wolk. Tot ze een blauwe plek op haar knie kreeg die maar niet verdween. Niet iets om je meteen zorgen over te maken. Maar op een avond vanuit het ziekenhuis belde ze me. ‘Karin, we gaan morgen niet fietsen.’ Ze vertelde me dat ze leukemie had. Ze mag niet doodgaan, was mijn eerste gedachte, zij niet.

Zwanger

Het liefst had ik die ziekte van haar overgenomen. Waarom zij – ik had geen kinderen, het zou toch beter zijn als míj dit overkwam? Ik was er kapot van. Ik voelde me bovendien schuldig dat ik mijn eigen vage lichamelijke klachten had genegeerd. Misschien had ik die signalen beter moeten duiden, had ik Jeanne moeten waarschuwen? Jeanne onderging chemokuren en bestralingen. Het waren loodzware behandelingen, maar mijn zus was moedig en rolde er doorheen. Toen ik aan Jeanne vertelde dat ik zwanger was, was ze dolblij. Samen genoten we van het vooruitzicht dat zij tante werd. Negen maanden lang ging het goed.

Ik wist het meteen

Mijn dochter Ymke werd geboren. Op mijn kraambed belde Jeanne op: de uitslagen van de controle vielen tegen. Ik wist meteen: het is fout. Artsen schreven opnieuw chemo’s voor, maar die sloegen deze keer niet aan. Jeanne ging snel achteruit. We spraken heel open met elkaar. Haar allergrootste zorg was haar dochter. Ze vroeg of ik op Renske wilde letten als ze er niet meer was, maar eigenlijk was die vraag overbodig. Wat ik voelde voor Renske, voelde zij voor mijn dochter. De band was zo sterk dat dit vanzelf sprak.

Sieraden en accessoires - NLSieraden en accessoires - NL

Bloedtransfusies

Op het laatst konden alleen bloedtransfusies Jeannes leven nog rekken. Dapper ging ze twee keer per week naar het ziekenhuis. Wat vóór ons lag, was onvoorstelbaar, maar ook onafwendbaar. Af en toe werd ik bevangen door een raar gevoel. Dan was ik op mijn werk of liep ik door de supermarkt en voelde ik iets losspringen. Alsof een draadje knapte van een dik, rafelig touw. Elke keer ging er weer een draadje stuk, elke keer kwam ik wat dichter bij het verlies. Vlak voor haar overlijden voelde het touw heel los. Ik sliep die nacht bij haar thuis. Vroeg in de ochtend moet ik van haar gedroomd hebben: Jeanne kwam me gedag zeggen. Op dat moment voelde ik een terugslag. Het touw schoot los. Kort erna werd ik gewekt met de mededeling dat ze was overleden.

Periode erna

Gelukkig had ik onze beide dochters om voor te zorgen, dat hield me op de been, anders was ik de periode erna niet doorgekomen. Ik voelde een onoverbrugbaar gat. Ik was mezelf totaal kwijt en het opvallende was, de pijn werd niet minder heftig. Na verloop van tijd wilde ik weer gaan werken, maar ik kon het niet opbrengen. Het overweldigende gevoel van leegte bleef. Niemand begreep er iets van. Ik ging naar een psycholoog, die zei: ‘Jij hebt geen hulp nodig, maar tijd.’

Het gemis is enorm

Het is nu acht jaar later en ik denk: nee, tijd zal dit gat nooit helemaal dichten. Natuurlijk, ik werk weer, ik geniet weer, ik leef mijn leven, maar nog steeds is het gemis enorm. Als ik bepaalde muziek hoor, als ik op televisie twee zussen elkaar zie omhelzen, als ik een collega zie met een tweeling op de arm, als ik bij een familiebijeenkomst die lege plek aan tafel zie: er zijn nog heel veel momenten dat het missen me overvalt en ik in tranen uitbarst. Het gat zal misschien ooit kleiner worden, maar helemaal verdwijnen zal het nooit.

De grootste pijn

De grootste pijn is dat er niemand meer is die alles van me weet en precies voelt wat ik voel. Ik was deel van een eenheid en die is verbroken. Met Jeanne is een stukje van mezelf gestorven, waarvoor geen vervanging bestaat. Wat er ook gebeurt, we zijn samen, dacht ik vroeger bij onheil of tegenslag. Dat basisvertrouwen was opeens weg en moest ik uit mezelf leren halen.

Geduld

Ik red het nooit zonder je, heb ik vaak gedacht, maar een mens is veerkrachtig. De steun en het geduld van mijn omgeving hebben me enorm geholpen. Maar ik ben niet meer helemaal de oude geworden, vind ik zelf. Ik ben minder sociaal en minder spontaan dan vroeger. De zorg voor Renske is vanzelfsprekend. Renske woont bij haar vader en komt hier veel over de vloer. Onze dochters gaan met elkaar om alsof ze zusjes zijn. Ik voel Jeanne nog vaak om me heen. Help me eens even, denk ik bij mezelf als ik voor een lastige klus sta. Ik betrap mezelf erop dat ik nog vaak in de wij-vorm spreek. Als iemand naar mijn geboortedatum vraagt, zeg ik zonder nadenken: ‘Wij zijn geboren op…’ Het is anders dan vroeger, maar op een bepaalde manier is de eenheid er nog steeds. Die koester ik.” 

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in Santé. Tekst: Stephanie Jansen, Beeld: Getty Images

Boekentips

Klik hier
Klik hier

Tip van de redactie

San2203 Pdf 2022 Preview

Ontvang jouw dosis inspiratie voor een healthy lifestyle elke maand op de mat.

Abonneren
Digitaal lezen