Uitstrijkje

Als je uitstrijkje niet goed is… En nu?

Deze week is de Europese Baarmoederhalskanker preventieweek van start gegaan. In Nederland krijg je tussen je 30e en 60e regelmatig een oproep van het RIVM om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Ook Kim (34) deed een uitstrijkje toen ze 30 was en kreeg te horen dat het niet goed was…

Vervelend, maar nuttig. Zo omschreven mijn vriendinnen die als eersten dertig werden hun uitstrijkje voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Ik was 29 en wist dat er kort na mijn eerstvolgende verjaardag ook een envelop van het RIVM op de deurmat zou vallen. Het leek me vooral gênant, met je benen in de beugels, maar ik wilde wel meedoen om er zeker van te zijn dat ik geen baarmoederhalskanker ontwikkelde.

Elk jaar krijgen zo’n 700 vrouwen in Nederland deze vorm van kanker. Zonder dit onderzoek zouden dat er volgens het RIVM 1300 zijn. Bovendien is het de kankersoort die het vaakst voorkomt bij vrouwen tussen de 35 en 45 jaar. Dus hoe eerder eventuele afwijkende cellen worden gevonden, hoe beter, dacht ik. Uiteindelijk kreeg ik nog voor mijn verjaardag dat eerste uitstrijkje. Want maanden voordat de oproep ervoor op mijn mat viel, constateerde de huisarts dat er iets niet in orde was.

Ik had een afspraak gemaakt, omdat ik al een tijdje last had van tussentijds bloedverlies. De huisarts stuurde me door naar een gynaecoloog, die biopten afnam. De uitslag: Pap3b, een indicator voor ‘ernstige afwijking van de cellen’. Ook werd er HPV gevonden: humaan papillomavirus, de veroorzaker van baarmoederhalskanker.

Lees ook: Waarom je je uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker niet aan de kant moet leggen

Niks aan de hand toch?

Toch maakte ik me niet zo’n zorgen. Want zolang de uitslag geen ‘kanker’ was, was ik er op tijd bij, toch? Bovendien: de aanwezigheid van HPV betekent niet zo veel. Tachtig procent van de seksueel actieve mensen (vrouwen én mannen) krijgt het ooit zonder daar iets van te merken. En in de meeste gevallen ruimt het lichaam het zelf weer op. Bij mij werd het aangetaste weefsel poliklinisch weggebrand en zelfs toen maakte ik me meer zorgen om mijn gênante positie dan om mijn gezondheid. De behandeling was effectief. Bij controles zakte de Pap-uitslag langzaam tot een normale score en uiteindelijk verdween het virus. Niks aan de hand dus. Of toch wel?

Pap-wat?

Als je ook weleens een afwijkend uitstrijkje hebt gehad: je bent niet alleen. “Elk jaar krijgen duizenden vrouwen ermee te maken”, zegt gynaecoloog Jacqueline Louwers van het Diakonessenhuis in Utrecht. Er zijn zes Pap-classificaties (Pap verwijst naar Papanicolaou: de uitvinder van het uitstrijkje): 1, 2, 3a, 3b, 4 en 5, waarbij die eerste normaal is en de laatste het meest afwijkend.

Bij Pap3 is in de helft van de gevallen behandeling nodig; bij hogere uitslagen is dat vrijwel altijd het geval. Die uitslag zegt op zich trouwens weinig over de ernst van de afwijking, vertelt Louwers: “Een Papuitslag geeft een indicatie dat er iets aan de hand is, maar pas als een biopt is afgenomen, wordt duidelijk wát. In theorie kun je met een Pap2-uitslag kanker hebben en hoeft er met Pap4 niets aan de hand te zijn, al is die kans in de praktijk klein.”

Een biopt geeft aan hoe diep de afwijkingen in het weefsel zitten aan de hand van een CIN-uitslag (cervicale intra-epitheliale neoplasie). Er zijn drie categorieën:

  • I (1/3 van de bovenliggende cellaag isafwijkend, verdwijnt meestal vanzelf binnen twee_jaar),
  • II (2/3 is afwijkend: verdwijnt vaak vanzelf, mogelijk om de zes maanden een uitstrijkje)
  • en III (de hele cellaag is aangedaan: de arts neemt het aangetaste gebied weg). “Tijdens zo’n ingreep, een lisexcisie, wordt een plakje van je baarmoedermond weggebrand”, legt Louwers uit. “Meestal is dat genoeg om zo’n voorstadium te behandelen.”

Impact

Bij Wendy (30) was zo’n behandeling helaas niet afdoende. Niet alle afwijkende cellen bleken te zijn verwijderd. Over een paar maanden moet ze een nieuw uitstrijkje laten maken om te kijken of de Papclassificaties zijn genormaliseerd. Spannend, vindt ze, want haar eerste uitslag (Pap3b en HPV) had een behoorlijke impact op haar.

“In de brief stond ‘voorstadium baarmoederhalskanker’, maar ik sloeg alleen het woord ‘kanker’ op. Huilend belde ik mijn man en mijn moeder en tegen mijn vader zei ik dat ik niet dood wilde. Dat klinkt heel dramatisch, maar zo voelde het echt. Als de uitslag van mijn volgende uitstrijkje wéér Pap3b is, wil ik dat de cellen meteen worden weggehaald. En anders wil ik dat mijn baarmoeder wordt verwijderd. Ik wil dit gewoon niet nog een keer meemaken.”

Het komt vaker voor dat de afwijkende cellen in twee keer weg moeten worden gehaald, zegt Louwers. “Maar in de meeste gevallen normaliseert de Pap-uitslag na één behandeling.” Afgezien van bloedverlies in de weken na de ingreep, heeft een lisexcisie geen consequenties voor je gezondheid. Wel kan het de kans op een vroeggeboorte iets vergroten. “Hoe dieper het weefsel zit dat moet worden weggehaald, hoe groter die kans is. En als je twee keer een lisexcisie hebt ondergaan, is die kans ook groter.

Al blijven het kleine risico’s – tijdens een zwangerschap is extra controle van een gynaecoloog bijvoorbeeld vaak niet eens nodig.”

Zwanger met Pap3

Dat een afwijkend uitstrijkje een zwangerschap niet in de weg hoeft te staan, weet

Michelle (32). Zij kreeg op haar 24ste een uitstrijkje omdat het maar niet lukte om zwanger te worden. Daaruit bleek dat ze Pap3a had én dat ze zeven weken zwanger was. “Ik was heel bang toen ik dat hoorde – voor de uitslag, maar ook om mijn kindje te verliezen. Ik kreeg een kijkonderzoek. Doodeng, dat gerommel aan mijn baarmoeder, maar de zwangerschap verliep gelukkig goed. Na de bevalling kreeg ik halfjaarlijkse controles. Toen ik na een tijdje Pap3b had, werden er cellen weg gebrand. Sinds vier jaar ben ik ‘schoon’.”

Goed om te weten: afwijkende cellen zijn in de meeste gevallen niet kwaadaardig, maar zouden dat op lange termijn wel kunnen worden. Louwers: “Als het humaan papillomavirus langdurig aanwezig is op de baarmoedermond, kan het uiteindelijk kanker veroorzaken. Over het algemeen gaat daar tien tot vijftien jaar overheen.” Daarom is het ook zo belangrijk om je te laten onderzoeken. Afwijkende cellen geven over het algemeen weinig klachten, op wat tussentijds bloedverlies en contactbloedingen na seks na. Tegenwoordig kunnen meisjes in het jaar waarin ze dertien worden het HPV-vaccin krijgen, dit beschermt tegen twee gevaarlijke HPV-varianten, die zeventig procent van alle gevallen van baarmoederhalskanker veroorzaken. Zonder vaccin kun je besmetting niet voorkomen.

Louwers: “HPV is geen geslachtsziekte, maar het is wel seksueel overdraagbaar. Als je niet seksueel actief bent, kun je dit virus niet krijgen, maar dat is voor de meeste mensen niet aan de orde.”

Opruimkracht

Het is niet duidelijk waarom het ene lichaam het virus snel opruimt en het andere niet. Louwers: “Wat we wel weten, is dat vrouwen die medicatie gebruiken die het immuunsysteem onderdrukt, bijvoorbeeld voor de ziekte van Crohn of aids, meer risico lopen om baarmoederhalskanker te ontwikkelen als ze HPV hebben. Hun lichaam kan het virus dan niet goed opruimen. Wat helpt: stoppen met roken. Vrouwen die roken, raken het virus lastiger kwijt.”

Wat je sowieso het beste kunt doen om latere ellende te voorkomen: meteen een afspraak maken zodra je een oproep voor een uitstrijkje krijgt. Want áls je een afwijkende uitslag hebt, ben je er in de meeste gevallen op tijd bij. Met die instelling ga ik ook mijn volgende onderzoek tegemoet, want over een maand word ik 35. Even die gêne opzijzetten en dan ben ik er hopelijk weer voor vijf jaar vanaf.

Oproep

Sinds 1996 krijgen alle vrouwen in Nederland tussen de dertig en zestig jaar regelmatig een uitnodiging van het RIVM om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Dit is een gratis onderzoek, bedoeld om de ziekte in een vroeg stadium op te sporen. Meedoen is niet verplicht. Het onderzoek gebeurt door middel van een uitstrijkje, dat je bij de huisarts kunt laten maken of met een zelfafnametest kunt uitvoeren (in de brief staat hoe je die kunt aanvragen).

Sinds 2017 wordt het uitstrijkje eerst getest op humaan papillomavirus. Is dat aanwezig, dan wordt hetzelfde uitstrijkje getest op afwijkende cellen. Elke vijf jaar word je uitgenodigd voor een onderzoek, maar sinds 2017 krijgen vrouwen van veertig en vijftig zonder HPV na tien jaar weer een uitnodiging. Vrouwen zonder HPV hoeven maar vijf keer een uitstrijkje te laten maken in plaats van zeven keer. En vrouwen die op hun 65ste HPV-positief zijn getest, krijgen vijf jaar later nog een uitnodiging.

Bron: Santé april 2019, tekst: Kim van der Meulen

Gerelateerde artikelen